Cyberaanvallen worden geraffineerder, leveranciersrisico’s sluipender en AI drijft hacking naar een niveau waarop menselijke intuïtie steeds vaker tekortschiet. Digitale weerbaarheid wordt niet langer bepaald door techniek alleen, maar door het vermogen om gedrag, data en ketens onder controle te houden.
Hoe verandert dat het risicobeeld voor bedrijven, en wat betekent dat voor beleid, investeringen en samenwerking?
Dit zijn de belangrijkste trends van 2026 waar geen enkele organisatie nog omheen kan.
1. Digitale dreiging groeit sneller dan verdediging
Digitale dreiging en het aantal cyberaanvallen nemen exponentieel toe, terwijl de capaciteit om deze aanvallen effectief te detecteren en af te slaan achterblijft. De asymmetrie tussen aanval en verdediging is de laatste jaren groter geworden. Organisaties investeren weliswaar in cyberveiligheid, maar lopen structureel achter op de snelheid waarmee aanvallers innoveren. Daardoor ontstaat een structurele kwetsbaarheid die niet alleen technische gevolgen heeft, maar ook bestuurlijke en maatschappelijke impact.
Waarom hackers steeds geavanceerder worden
Cybercrime verschuift van amateuristische aanvallen naar goed georganiseerde operaties die nauwelijks nog zijn te onderscheiden van legitieme IT-processen. Het niveau van technische verfijning groeit, onder andere door het beschikbaar komen van commerciële exploitkits, zeroday-platformen en underground R&D-teams die fulltime werken aan nieuwe aanvalsmethoden.
De volgende factoren versterken deze versnelling:
- Professionalisering van cybercriminelen via criminele dienstmodellen zoals Ransomware-as-a-Service.
- Snelle adaptatie van nieuwe technologieën zoals encryptie, command-and-control tactieken en machine learning.
- Afname van technische drempels voor beginnende aanvallers door gebruiksvriendelijke tools en kant-en-klare exploits.
- Internationale samenwerking tussen criminele netwerken, inclusief outsourcing van hackingtaken.
Organisaties staan daardoor tegenover aanvallers met een schaalvoordeel: waar één zwakke plek volstaat voor een aanval, moeten verdedigingsmaatregelen overal sluitend zijn.
AI als versneller van cyberdreiging
Kunstmatige intelligentie functioneert als een versneller binnen het dreigingslandschap. Hoewel AI ook defensieve toepassingen kent, is de inzet aan de aanvallende kant momenteel sneller en flexibeler. Met behulp van generatieve AI kunnen hackers binnen minuten phishingmails genereren die qua taalgebruik, stijl en context nauwelijks nog van legitieme communicatie zijn te onderscheiden.
Daarnaast verhoogt AI de efficiëntie in elke fase van de aanvalsketen:
- Automatische verkenning van netwerken en kwetsbaarheden via AI-gestuurde crawlers.
- Snelle analyse van gestolen datasets voor gerichte misbruikscenario’s.
- Real-time aanpassen van aanvallen op basis van gedragsanalyse van slachtoffers.
AI verandert de aard van digitale dreiging. Het maakt aanvallen niet alleen sneller en slimmer, maar ook minder voorspelbaar. Daardoor verliest traditionele detectiecapaciteit steeds meer terrein.
Wat recente aanvallen onthullen over kwetsbaarheid
De analyse van recente grootschalige cyberaanvallen laat zien dat de meeste incidenten niet ontstaan door technische complexiteit, maar door fundamentele tekortkomingen in digitale weerbaarheid. In veel gevallen gaat het om bekende zwakheden die al jaren op patchlijsten staan of om basale fouten in toegangsbeheer. De ernst zit in de schaal waarop zulke zwakheden worden uitgebuit.
Typische terugkerende patronen in recente incidenten:
- Gebruik van standaardwachtwoorden of slecht beheerde inloggegevens.
- Te late detectie van laterale bewegingen binnen netwerken.
- Ontbreken van netwerksegmentatie waardoor één besmet punt het hele systeem blootlegt.
- Afwezigheid van monitoring op uitgaande datastromen.
Cyberbedreiging manifesteert zich daarmee vooral op het snijvlak van techniek, beheer en beleid. Een fout in één van die drie domeinen is vaak voldoende om een succesvolle aanval mogelijk te maken.
Waarom reactief beleid niet volstaat
Veel organisaties blijven vasthouden aan een reactieve benadering van cyberbeveiliging. Pas als er een incident plaatsvindt, worden maatregelen getroffen of budgetten vrijgemaakt. Deze aanpak werkt niet meer binnen het huidige dreigingslandschap, waar aanvallen sneller escaleren en minder tijd laten voor herstel.
Belangrijkste tekortkomingen van reactief beleid:
- Geen continu inzicht in actuele kwetsbaarheden of dreigingen.
- Gebrek aan voorbereiding op ketenrisico’s en indirecte aanvallen.
- Geen structurele evaluatie van incidenten om toekomstige aanvallen te voorkomen.
- Beperkte samenwerking tussen IT, compliance en bestuur.
ISO 27001 stelt juist eisen aan een structurele en cyclische aanpak van informatiebeveiliging. Organisaties die dit implementeren, werken met risicoanalyses, continue monitoring en geformaliseerde processen voor incidentrespons. Dat voorkomt blinde vlekken in beveiliging en creëert een basis voor weerbaarheid.
Digitale dreiging vereist een transitie van ad-hocmaatregelen naar volwassen governance. Beleid moet niet alleen bestaan uit regels op papier, maar uit geautomatiseerde processen, voortdurende risicobeoordeling en duidelijke eigenaarschap binnen de organisatie.
Veranderende aard van risico’s vereist andere mindset
Cyberrisico’s worden niet alleen talrijker, maar ook onvoorspelbaarder. De verschuiving van traditionele IT-systemen naar hybride cloudomgevingen, mobiele werkplekken en IoT betekent dat de aanvalsvectoren sterk zijn uitgebreid. De klassieke perimeterbeveiliging verliest zijn functie, terwijl interne monitoring vaak onvoldoende is ingericht.
Deze ontwikkelingen vragen om een andere manier van denken:
- Van incidentgericht naar risicogestuurd werken.
- Van technische focus naar integratie met bedrijfscontinuïteit en reputatiemanagement.
- Van reactief beheer naar proactieve scenarioanalyse.
Daarbij speelt ook cultuur een rol. Binnen veel organisaties wordt beveiliging nog gezien als een rem op innovatie of als exclusieve taak van de IT-afdeling. In plaats daarvan moet cyberveiligheid integraal onderdeel worden van governance, risk en compliance (GRC). Alleen dan ontstaat de flexibiliteit die nodig is om een groeiende digitale dreiging op te vangen.
Van compliance naar echte digitale weerbaarheid
Hoewel wetgeving zoals NIS2 en DORA belangrijke stappen zetten in het verhogen van digitale veiligheid, blijft er een kloof tussen formele naleving en praktische weerbaarheid. De indruk ontstaat dat compliance voldoende bescherming biedt, terwijl naleving slechts een minimumniveau garandeert.
Voor echte digitale weerbaarheid is meer nodig:
- Continue dreigingsinformatie en threat intelligence integreren in besluitvorming.
- Simulaties en red teaming inzetten om detectie en respons te testen.
- Ketenbreed samenwerken met leveranciers, partners en sectoren.
- Verantwoordelijkheden borgen binnen directie en raad van bestuur.
Digitale weerbaarheid gaat daarmee verder dan het implementeren van policies of tools. Het vraagt om een fundamentele verschuiving richting adaptief risicomanagement, ondersteund door data en gedragen door leiderschap. Alleen zo ontstaat een veerkrachtige digitale infrastructuur.

2. AI maakt hackers slimmer en sneller
AI in cyberaanvallen versnelt het tempo en verhoogt de precisie waarmee digitale aanvallen worden uitgevoerd. Wat vroeger dagen of weken voorbereiding vergde, kan nu grotendeels geautomatiseerd worden met behulp van kunstmatige intelligentie. Hierdoor ontstaan aanvalspatronen die nauwelijks meer te detecteren zijn met traditionele beveiligingsmechanismen. Slimme hackers gebruiken AI niet alleen voor automatisering, maar ook voor het ontwikkelen van geheel nieuwe aanvalstechnieken die reageren op gedrag in realtime.
De inzet van generatieve AI en taalmodellen heeft geleid tot een nieuw tijdperk waarin snelheid, schaal en personalisatie van aanvallen exponentieel toenemen. Tegelijkertijd zijn er nog te weinig effectieve verdedigingsstrategieën die AI-gebaseerde aanvallen structureel kunnen neutraliseren.
Hoe AI wordt ingezet voor aanvallen
Cybercriminelen benutten AI vooral om bestaande aanvallen efficiënter te maken en detectie te ontwijken. De combinatie van machine learning en taalmodellen maakt het mogelijk om menselijk gedrag nauwkeurig te analyseren en daarop in te spelen.
Voorbeelden van AI-gebruik door aanvallers:
- Automatiseren van phishing: AI genereert overtuigende e-mails op basis van eerdere communicatie of publiek beschikbare gegevens. De toon, timing en inhoud worden afgestemd op het doelwit.
- Wachtwoordvoorspelling: door gedragsanalyse kunnen algoritmen complexere wachtwoorden voorspellen dan brute force tools.
- Verkennen van netwerken: machine learning helpt bij het herkennen van zwakke plekken, afwijkende configuraties of niet-gepatchte systemen zonder handmatige input.
- Aanpassen van malware: AI‑gegenereerde malware kan zichzelf herschrijven bij detectie om signature-based antivirus te ontwijken.
Deze toepassingen tonen aan dat AI niet slechts een hulpmiddel is, maar een volwaardige krachtvermenigvuldiger binnen het hacking-arsenaal.
Vibe coding en open bronnen misbruik
Een opvallende ontwikkeling is het gebruik van zogeheten vibe coding: AI wordt getraind op specifieke communicatiepatronen van het doelwit, zoals interne chats, vergadernotulen of social media-uitingen. Daarmee ontstaat malware of phishing die niet alleen grammaticaal correct is, maar ook de stijl, humor en terminologie van de organisatie overneemt. Hierdoor neemt de kans op succesvolle social engineering toe.
Tegelijkertijd groeit het misbruik van open source AI-tools en publieke datasets:
- Codegenerators worden misbruikt voor het ontwikkelen van malware zonder programmeerkennis.
- LLM’s worden gevoed met interne codefragmenten om kwetsbaarheden te vinden.
- Open trainingsdata wordt gebruikt om bedrijfsmodellen of applicaties te reverse engineeren.
De combinatie van open toegang tot krachtige AI-tools en publieke data maakt het laagdrempelig om aanvallen op maat te maken voor specifieke doelwitten. Dit verlaagt de instapdrempel voor minder ervaren aanvallers en vergroot het bereik van geavanceerde dreigingen.
Kunnen securitybedrijven transparant blijven?
Securityleveranciers experimenteren op grote schaal met AI om dreigingen sneller te detecteren, maar staan onder druk om transparant te blijven over de werking van hun systemen. Veel detectiemechanismen zijn gebaseerd op zwarte doos-modellen waarvan de interne werking moeilijk uitlegbaar is aan klanten of toezichthouders.
Belangrijke uitdagingen:
- Onverklaarbare beslissingen van detectiemodellen ondermijnen het vertrouwen bij incidentanalyse.
- False positives kunnen leiden tot bedrijfsstilstand zonder directe oorzaak.
- Model drift zorgt ervoor dat AI-detectie steeds minder effectief wordt zonder frequente updates.
- Compliancerisico’s ontstaan als niet duidelijk is op welke grond een bedreiging als ‘kritiek’ wordt beoordeeld.
Dit dilemma tussen snelheid en uitlegbaarheid raakt direct aan normen zoals ISO 27001 en NEN7510, waarin eisen worden gesteld aan transparantie, controleerbaarheid en reproduceerbaarheid van beveiligingsmaatregelen. Zonder uitlegbare modellen is het lastig om beleid, logging en auditverplichtingen correct in te richten.
Wat dit betekent voor CISO’s en beleid
CISO’s worden geconfronteerd met een verschuiving in het dreigingsbeeld waarin traditionele strategieën tekortschieten. Het tijdsvenster om te reageren op een aanval is door AI aanzienlijk korter geworden. Beleid en procedures moeten daarop worden aangepast.
Verschuivingen in verantwoordelijkheden en prioriteiten:
- Sneller beslissen: incidentresponsplannen moeten anticiperen op aanvallen die zich binnen minuten ontwikkelen.
- AI-awareness trainen: niet alleen technische teams, maar ook beleidsmakers en directie moeten begrijpen wat AI-aanvallen anders maakt.
- Toegang tot eigen AI-modellen: afhankelijkheid van externe tooling beperkt grip op detectie en incidentanalyse.
- Herzien van logging en monitoring: traditionele SIEM’s missen context bij AI-gedreven aanvallen en vereisen aanpassing.
Daarnaast ontstaat de noodzaak om beleid proactief te toetsen op robuustheid tegen AI-misbruik. Denk aan het trainen van medewerkers op deepfake herkennning, het valideren van output van geautomatiseerde systemen en het opnemen van AI-aanvallen in bestaande risicoanalyses.
Security governance moet niet alleen de technologie volgen, maar ook anticiperen op hoe AI zich ontwikkelt in het dreigingslandschap. Hacking evolueert van handmatige acties naar geautomatiseerde besluitvorming, en beleid moet dat tempo kunnen volgen.

3. Externe leveranciers vormen een sluiprisico
Derdepartijrisico’s blijven onderbelicht in veel securitystrategieën, terwijl toeleveranciers steeds vaker een aantrekkelijk doelwit zijn voor cyberaanvallen. Externe partners hebben vaak toegang tot gevoelige systemen, data of infrastructuur, maar worden zelden onderworpen aan dezelfde beveiligingsnormen als de eigen organisatie. Deze blinde vlek maakt het voor aanvallers eenvoudiger om via een omweg binnen te dringen in goed beveiligde netwerken.
De toename van ketensamenwerkingen, cloudmigraties en outsourcing versterkt deze kwetsbaarheid. Daarmee verandert derdepartijrisico van een beheersbare variabele naar een sluipend structureel probleem met directe impact op digitale weerbaarheid.
Waarom ketenaanvallen steeds vaker voorkomen
Cybercriminelen kiezen in toenemende mate voor de weg van de minste weerstand. In plaats van zich te richten op organisaties met volwassen beveiliging, wordt bewust gezocht naar zwakkere externe partijen binnen de keten. Eenmaal binnen bij een partner kunnen aanvallers lateraal bewegen richting het hoofddoelwit.
Redenen voor de toename van ketenaanvallen:
- Toenemende IT-uitbesteding: diensten zoals remote beheer, dataverwerking en cloudhosting liggen steeds vaker buiten de organisatie.
- Verlies van zicht op toegang: organisaties weten vaak niet welke derde partijen toegang hebben tot welke systemen.
- Onvoldoende contractuele beveiligingsafspraken: veel leveranciers hebben geen verplichte minimale securitystandaarden.
- Indirecte toegang: API-koppelingen, VPN’s en gedeelde accounts maken het mogelijk om ongemerkt toegang te verkrijgen tot kernsystemen.
Het risico is extra groot bij kleinere dienstverleners met beperkte securitycapaciteit. Deze worden vaak niet actief gemonitord, maar functioneren wel als digitale toegangspoort. Aanvallers maken daar op grote schaal gebruik van.
Bekende voorbeelden uit de praktijk
Meerdere grootschalige cyberaanvallen in de afgelopen jaren zijn begonnen bij externe leveranciers. Deze incidenten tonen aan hoe één lek bij een derde partij kan leiden tot schade bij honderden of zelfs duizenden organisaties.
Kenmerkende patronen in praktijkvoorbeelden:
- Leveranciers van IT-beheersoftware worden gecompromitteerd, waarna via automatische updates malware wordt verspreid.
- HR-, salaris- of boekhoudsoftware biedt toegang tot persoonsgegevens van duizenden klanten.
- Cloudleveranciers worden aangevallen als centrale opslagpunten voor gevoelige data.
- Softwareontwikkelaars verspreiden onbedoeld gemanipuleerde updates door supply chain-infectie.
Deze incidenten onderstrepen dat digitale veiligheid niet stopt bij de eigen firewall. Externe toegang is een verlengstuk van de interne infrastructuur en moet als zodanig worden behandeld.
Wat NIS2 en DORA vereisen van organisaties
Nieuwe wet- en regelgeving zoals NIS2 (voor essentiële en belangrijke entiteiten) en DORA (voor de financiële sector) stellen expliciete eisen aan de beheersing van derdepartijrisico’s. Organisaties worden verantwoordelijk gehouden voor de digitale weerbaarheid van hun volledige keten, inclusief externe leveranciers.
Belangrijke verplichtingen onder NIS2 en DORA:
- Risicoanalyse op ketenniveau: organisaties moeten derde partijen structureel betrekken in hun risicobeoordeling.
- Continuïteitsafspraken: leveranciers moeten kunnen aantonen dat zij bij uitval of incidenten snel kunnen herstellen.
- Audit en toezicht: verplichte controles op naleving van beveiligingsstandaarden door partners.
- Contractuele verplichtingen: securitymaatregelen, meldplicht en responstijden moeten contractueel worden vastgelegd.
- Transparantieverplichting: bij incidenten moet snel inzicht gegeven worden in de herkomst, ook als die bij een externe partij ligt.
Voor veel organisaties betekent dit een fundamentele aanpassing van beleid, contractmanagement en leveranciersselectie. Derdepartijbeheer verschuift daarmee van operationele IT-kwestie naar bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Hoe je leveranciers op risico screent
Effectieve beheersing van derdepartijrisico’s begint bij inzicht. Niet elke leverancier vormt een gelijk risico, maar zonder gestructureerde analyse is prioritering onmogelijk. Risicogerichte screening voorkomt dat tijd en middelen worden verspild aan partners met een laag profiel, terwijl kritieke leveranciers onder de radar blijven.
Aanpak voor risicoanalyse:
- Inventarisatie: overzicht van alle externe partijen met toegang tot systemen, netwerken of gevoelige data.
- Classificatie: categoriseren op basis van toegangsniveau, gevoeligheid van data en afhankelijkheid van dienstverlening.
- Beoordeling van securitymaatregelen: vragenlijsten, audits of certificaten (zoals ISO 27001) opvragen en controleren.
- Monitoringafspraken: vastleggen van meldplicht bij incidenten, periodieke herbeoordeling en technische controles.
- Exitstrategie: plannen voor het intrekken van toegang en het veilig verwijderen van data bij beëindiging van de samenwerking.
Veel organisaties maken gebruik van standaard vendor risk management tools, maar deze bieden slechts waarde als ze worden gecombineerd met actief beleid en heldere governance.
Een belangrijke component is ook het testen van scenario’s waarbij een kritieke leverancier uitvalt of gecompromitteerd raakt. Dit vereist samenwerking tussen IT, compliance, legal en inkoop.

4. Menselijke factor wordt AI’s zwakke plek
AI‑gestuurde aanvallen worden steeds geavanceerder, maar blijven afhankelijk van één constante: menselijk gedrag. Juist daarin ligt de grootste kwetsbaarheid. Social engineering blijft de meest effectieve methode om systemen binnen te dringen, en met behulp van AI krijgt deze aanpak nieuwe kracht. Deepfakes, gesynthetiseerde stemmen en hyperrealistische teksten zetten traditionele awareness-programma’s onder druk. Psychologische manipulatie wordt verfijnder, persoonlijker en lastiger te herkennen.
De menselijke factor verandert hierdoor van een te trainen zwakte naar een structureel aanvalsoppervlak. AI‑aangedreven misleiding wordt schaalbaar ingezet en speelt in op vertrouwen, emotie en routine.
Deepfakes als wapen tegen organisaties
Deepfake-technologie ontwikkelt zich snel en wordt steeds toegankelijker. Voor aanvallers opent dit nieuwe mogelijkheden om vertrouwen te ondermijnen door visuele en auditieve imitatie van personen met gezag binnen een organisatie. In combinatie met eerdere datalekken of openbaar beschikbare informatie kunnen overtuigende scenario’s worden geconstrueerd.
Voorbeelden van deepfake‑misbruik in zakelijke context:
- Gesimuleerde videoboodschappen van CEO’s die medewerkers instrueren om gevoelige documenten te delen.
- Vervalste telefoongesprekken met synthetische stemgeluiden voor frauduleuze betalingsopdrachten.
- Nepvergaderingen via videobellen waarin kwaadwillenden zich voordoen als interne collega’s of externe partners.
- AI‑gegenereerde gezichten die worden gebruikt voor social engineering via LinkedIn, met als doel vertrouwensrelaties op te bouwen.
Deze aanvallen zijn moeilijk te detecteren met technische middelen. Het gaat om gedragsbeïnvloeding, niet om malware. Organisaties die vertrouwen op authenticatie via beeld of geluid lopen hierdoor verhoogd risico.
Waarom mensen zwakker worden door AI
AI-aanvallen slagen niet alleen door technologische kracht, maar vooral doordat zij de zwakheden in menselijke besluitvorming benutten. Door gedragsanalyse en data-analyse kunnen aanvallen worden afgestemd op individuele kwetsbaarheden, zoals stress, tijdsdruk of hiërarchische volgzaamheid.
Mechanismen die menselijke weerstand verlagen:
- Contextualisatie: aanvallen zijn afgestemd op actuele gebeurtenissen binnen de organisatie of branche.
- Taalgebruik en terminologie: AI past communicatie aan op het interne jargon van het doelwit.
- Urgentie en druk: berichten wekken een gevoel van noodzaak op, wat rationeel denken vermindert.
- Microtargeting: phishing wordt gericht op specifieke rollen of personen, gebaseerd op publiek beschikbare data.
Daarmee wordt menselijke foutgevoeligheid vergroot door juist datgene waar mensen goed in zijn: vertrouwen, interpretatie en samenwerking. AI versterkt deze eigenschappen op een manier die lastig is te counteren met standaardbeveiliging.
Hoe je medewerkers weerbaar maakt
Weerbaarheid tegen AI‑gestuurde manipulatie vereist een fundamenteel andere aanpak dan traditionele security-awareness. Het gaat niet meer alleen om herkennen van spelfouten of verdachte links, maar om het kunnen signaleren van subtiele afwijkingen in gedrag, context of communicatie.
Aanbevolen maatregelen:
- Training op deepfake-herkenning: visuele en auditieve training met realistische voorbeelden verhoogt alertheid.
- Vertrouwensprocedures: het valideren van opdrachten via een tweede kanaal, ook bij bekende afzenders.
- Gedragsgericht leren: simulations en rollenspellen waarin medewerkers onder druk keuzes moeten maken.
- Zero-trust op menselijk niveau: medewerkers stimuleren om ook binnen de organisatie kritisch te blijven op ongewone verzoeken.
Daarnaast is het essentieel dat meldingen van twijfel serieus worden genomen, zonder dat medewerkers bang hoeven te zijn voor repercussies. Alleen dan ontstaat een cultuur waarin afwijkend gedrag tijdig gesignaleerd wordt.
Voorbeelden van misbruik met grote impact
De impact van AI‑social engineering is al zichtbaar in verschillende sectoren. Organisaties zijn slachtoffer geworden van incidenten waarbij geen technische kwetsbaarheid werd benut, maar vertrouwen en routine werden gemanipuleerd via AI-ondersteunde middelen.
Kenmerkende incidentpatronen:
- Financiële fraude via deepfake-audio: medewerkers maken grote overboekingen na telefoongesprek met ‘directeur’.
- Nepsollicitaties in HR: aanvallers gebruiken deepfake-video’s om toegang te krijgen tot interne systemen.
- Gesimuleerde klantverzoeken: salesafdelingen worden benaderd door AI-gegenereerde avatars voor prijsinformatie of systeemtoegang.
- Verstoorde besluitvorming in crisissituaties: tijdens incidenten circuleren gemanipuleerde berichten, waardoor response vertraagd raakt.
Deze gevallen tonen aan dat AI niet alleen wordt gebruikt om toegang te krijgen, maar ook om chaos te creëren, controle te ondermijnen en vertrouwen tussen mensen te breken.
De inzet van AI binnen hackingstrategieën zal zich de komende jaren verder ontwikkelen, waarbij het onderscheid tussen echte en gemanipuleerde communicatie steeds vager wordt. Organisaties moeten zich daarop voorbereiden door menselijk gedrag structureel onderdeel te maken van hun beveiligingsstrategie.

5. Zonder datakwaliteit geen AI-veiligheid
Datakwaliteit is een bepalende factor voor de betrouwbaarheid en veiligheid van AI‑toepassingen. Toch wordt deze vaak onderschat binnen securitystrategieën. AI-systemen nemen beslissingen op basis van de data waarmee ze zijn getraind en gevoed. Wanneer deze data onvolledig, vervuild of gemanipuleerd is, ontstaan risico’s die niet alleen de prestaties van AI aantasten, maar ook nieuwe aanvalsvectoren openen.
Goede AI begint bij consistente, gecontroleerde en actuele data. Zonder grip op gegevensintegriteit ontstaan blinde vlekken in detectie, foutieve classificaties van dreigingen en kwetsbaarheid voor manipulatie van modellen. Cybercriminelen herkennen deze zwakte en richten zich steeds vaker op de inputkant van AI in plaats van de output.
AI die werkt op foute data
AI-modellen zijn afhankelijk van datastromen uit systemen, gebruikersinteracties, sensoren of externe bronnen. Wanneer deze bronnen vervuild zijn of onbetrouwbare informatie bevatten, worden ook de beslissingen van het AI-systeem onbetrouwbaar.
Gevolgen van lage datakwaliteit:
- Verkeerde detectie van dreigingen: onjuiste classificatie van kwaadaardige activiteiten als normaal gedrag.
- Foutieve alerts: toename van false positives leidt tot alertmoeheid en vertraging in incidentrespons.
- Inconsistent gedrag: AI-detectiesystemen geven tegenstrijdige signalen of nemen geen actie bij daadwerkelijke aanvallen.
- Verminderde leerkwaliteit: modellen blijven ‘leren’ van foutieve data, waardoor fouten worden versterkt in plaats van gecorrigeerd.
In sectoren waar AI gebruikt wordt voor toegangsbeheer, fraudedetectie of incidentmonitoring, heeft dit directe gevolgen voor digitale veiligheid. Slechte datakwaliteit leidt tot verkeerde beslissingen, wat de kans op succesvolle aanvallen vergroot.
Hoe hackers AI‑modellen manipuleren
Een relatief nieuwe aanvalstechniek richt zich op het bewust vervuilen van data om AI-systemen te misleiden. Dit staat bekend als model poisoning: kwaadwillenden manipuleren de inputdata van een AI-model, met als doel de output te beïnvloeden of detectie te omzeilen.
Manieren waarop AI wordt gemanipuleerd:
- Aanpassing van trainingsdata: datasets worden subtiel aangepast zodat het model afwijkingen leert accepteren als normaal.
- Injectie van valse gebeurtenissen: gesimuleerde gebruikersacties of netwerkverkeer zorgen voor verkeerde referentiepatronen.
- Bias-injectie: het model leert om bepaalde afwijkingen te negeren of als ‘laag risico’ te classificeren.
- Timing-aanvallen: gespreide datamanipulatie over tijd om detectie van patroonwijziging te voorkomen.
Zodra de aanvaller controle heeft over de leeromgeving van het AI-model, ontstaat een sluipende kwetsbaarheid die niet makkelijk te detecteren is. De aanval zit niet in de code of het netwerk, maar in het leerproces zelf.
De rol van back-ups en toegangscontrole
Een belangrijk aspect van datakwaliteit is het waarborgen van de authenticiteit en herkomst van data. Dit begint bij robuuste toegangscontrole en het voorkomen van ongeautoriseerde manipulatie van databronnen. Zonder heldere logging en authenticatie kunnen aanvallers ongemerkt inputdata aanpassen of verwijderen.
Noodzakelijke maatregelen:
- Strikte toegangscontrole op datastromen: alleen geverifieerde systemen of gebruikers mogen input leveren aan AI-modellen.
- Versleuteling van opslag en transport: voorkomt manipulatie van data-in-transit of data-at-rest.
- Immutable back-ups: alleen-lezen kopieën van originele datasets als referentie bij anomalieën of incidenten.
- Integriteitsvalidatie: checksums en hashes om wijzigingen in data snel te detecteren.
- Segmentatie van datasets: trainingsdata, validatiedata en productiedata strikt scheiden om manipulatie te beperken.
Toepassen van deze maatregelen helpt bij het inrichten van betrouwbare AI‑omgevingen die bestand zijn tegen datamanipulatie. Binnen kaders zoals ISO 27001 wordt dit verbonden aan control measures rond databeveiliging, change management en auditability.
Voorbeelden van AI-incidenten door datafouten
Incidenten waarbij slechte data leidde tot AI‑falen komen vaker voor, maar worden zelden als zodanig herkend. Vaak lijkt het alsof een systeem ‘ineens’ niet meer werkt, terwijl achteraf blijkt dat de onderliggende datastroom is aangetast.
Kenmerkende voorbeelden:
- Verkeerd ingestelde sensoren in een SCADA-systeem leidden tot een AI-model dat normale drukafwijkingen interpreteerde als sabotage.
- Geautomatiseerde toegangscontrole liet een onbekende bezoeker toe, omdat gezichtsherkenning getraind was op onvolledige profielinformatie.
- Fraudedetectie sloeg alarm bij legitieme transacties omdat eerdere gegevens met opzet vervuild waren door testdata.
- Monitoringtools gaven geen alert bij een ransomware-aanval, omdat afwijkend gedrag door een gecompromitteerde dataset als normaal was geclassificeerd.
Deze situaties onderstrepen dat AI‑veiligheid niet alleen een technische uitdaging is, maar vooral een datavraagstuk. Zonder betrouwbaar databeheer kan AI geen effectieve bijdrage leveren aan digitale weerbaarheid.

De 10 belangrijkste takeaways
AI, ketenafhankelijkheid en menselijke kwetsbaarheid vormen samen een nieuw type dreigingslandschap waarin klassieke beveiligingsstrategieën onvoldoende standhouden. Digitale veiligheid vraagt om geïntegreerde keuzes op het snijvlak van technologie, gedrag en governance. Alleen een strategische benadering, ondersteund door risicogestuurd beleid en structurele weerbaarheidstraining, biedt op termijn voldoende houvast.
1. Digitale dreiging ontwikkelt sneller dan organisaties kunnen reageren
De snelheid waarmee AI‑gedreven aanvallen evolueren, maakt reactief beleid ontoereikend. Alleen proactieve en adaptieve security governance voorkomt dat incidenten steeds de strategie dicteren.
2. Hacking is verschoven van techniek naar psychologische manipulatie
De inzet van AI versterkt social engineering tot op gedragsniveau. Er is niet langer een firewall tegen vertrouwen — alleen permanente alertheid via digitale weerbaarheidstraining helpt deze kwetsbaarheid te verkleinen.
3. AI is niet alleen een risico, maar een versneller van bestaande kwetsbaarheden
De effectiviteit van AI in cyberaanvallen komt voort uit het versterken van bekende zwaktes zoals slechte wachtwoorden, toegang zonder segmentatie en onduidelijke rollenstructuren.
4. Ketenafhankelijkheid is een structureel beveiligingsrisico, geen uitzonderingssituatie
Derdepartijtoegang is in veel gevallen de meest directe route naar interne systemen. Zonder beleid op leveranciersrisico’s is er geen realistische inschatting van het eigen dreigingsprofiel.
5. Datakwaliteit is fundamenteel voor betrouwbare AI‑toepassingen in security
Slechte, incomplete of gemanipuleerde data leidt tot foutieve AI‑besluiten. AI-detectie zonder actief datamanagement creëert een vals gevoel van veiligheid.
6. Deepfakes ondermijnen het vertrouwen binnen organisaties
De overtuigingskracht van synthetische spraak en video maakt menselijke authenticatie onbetrouwbaar. Zonder procesgebaseerde validatie raakt het beslissingsproces direct besmet.
7. Risicomanagement moet AI-aanvallen expliciet meenemen in impactscenario’s
AI verandert niet alleen hoe aanvallen plaatsvinden, maar ook hoe snel escalatie optreedt. Impactmodellen moeten aangepast worden aan dit versneld dreigingsverloop.
8. Securitybeleid dat niet uitlegbaar is, verliest zijn legitimiteit
AI-gestuurde detectie vereist transparantie en controleerbaarheid om effectief te blijven. Zonder uitlegbaarheid raken audit, compliance en bestuurlijk vertrouwen onder druk.
9. Digitale weerbaarheid is geen project, maar een continu proces
Weerbaarheid vraagt om meer dan awareness: gedragsverandering, ketensamenwerking en periodieke simulaties zijn nodig om de menselijke factor structureel te versterken.
10. Security is niet alleen een technische discipline, maar bestuursverantwoordelijkheid
CISO’s en bestuur moeten security beschouwen als onderdeel van strategisch risicobeheer. Dat betekent keuzes maken op het niveau van investeringen, cultuur en accountability.









