AI-systemen zijn slimme programma’s die leren van data en zelf beslissingen nemen. Handig, maar tegelijk ook lastig te doorgronden. Precies dat maakt ze aantrekkelijk voor aanvallers.
Terwijl bedrijven steeds meer vertrouwen op deze technologie, ontstaan er nieuwe risico’s die lang niet altijd zichtbaar zijn. Denk aan slimme trucs om modellen te misleiden, of systemen die dingen doen die niemand had voorzien.
Wie AI inzet, krijgt er dus automatisch een nieuw beveiligingsvraagstuk bij.

1. AI-systemen vergroten het aanvalsoppervlak
AI beveiliging is geen toekomstvraagstuk maar een directe realiteit voor bedrijven die algoritmen inzetten binnen bedrijfsprocessen. Elk AI-systeem brengt specifieke risico’s met zich mee die zich niet beperken tot softwarefouten of menselijke vergissingen, maar voortkomen uit het autonome karakter van zelflerende technologie. Waar traditionele IT-systemen statisch functioneren, past een AI-systeem zich voortdurend aan op basis van nieuwe data en context. Dat maakt het aanvalsoppervlak dynamisch, veranderlijk en daardoor lastiger te beheersen. In de context van hacking betekent dit dat kwaadwillenden niet langer één vaste ingang hoeven te vinden, maar meerdere veranderlijke zwakke punten kunnen benutten.
Een AI-systeem kan gedefinieerd worden als een digitale toepassing die patronen in data herkent, voorspellingen doet of beslissingen ondersteunt op basis van algoritmen die zelfstandig leren. Dit gebeurt vaak via machine learning, neurale netwerken of probabilistische modellering. In tegenstelling tot conventionele software schrijft niemand precies alle logica; het systeem ontwikkelt zelf verbanden. Juist dat zelflerende vermogen zorgt voor kwetsbaarheden die zich buiten het zicht van ontwikkelaars kunnen vormen.
De EU AI Act erkent deze complexiteit en legt vast dat elk AI-systeem moet worden beoordeeld op basis van het risico dat het vormt voor veiligheid en fundamentele rechten. Door die risicobenadering is beveiliging geen optionele maatregel maar een verplicht onderdeel van ontwerp en exploitatie. Het gaat niet alleen om databeveiliging, maar ook om integriteit, betrouwbaarheid en transparantie van beslissingen.
Zelflerende systemen en onvoorspelbare gevolgen
Zelflerende algoritmen kunnen gedrag vertonen dat afwijkt van hun oorspronkelijke bedoeling. Dat ontstaat doordat de modellen conclusies trekken uit onvolledige of vervuilde datasets. Wanneer zo’n systeem beslissingen neemt over klanten, processen of transacties, kan één foutief patroon leiden tot verkeerde toewijzingen, uitsluitingen of datalekken. Deze fouten zijn lastig te traceren omdat de besluitvorming niet rechtstreeks voortkomt uit vaste regels.
Hacking richt zich steeds vaker op deze onvoorspelbaarheid. Door de inputdata subtiel te manipuleren, kan een aanvaller het leerproces van een AI-systeem beïnvloeden. Zo ontstaan beslispatronen die ogenschijnlijk correct zijn, maar in werkelijkheid schadelijke uitkomsten opleveren. Deze vorm van aanval – vaak aangeduid als model poisoning – vereist geen directe toegang tot de server maar speelt zich af binnen het trainings- of gebruiksproces van het systeem.
Toepassing en risicoklassen volgens de EU AI Act
De AI Act hanteert vier risicoklassen, die bepalend zijn voor de beveiligingsvereisten. Bedrijven die AI inzetten moeten hun systemen classificeren en per klasse aantonen welke technische en organisatorische maatregelen worden genomen.
De wet onderscheidt:
- Onaanvaardbaar risico: toepassingen die gedrag manipuleren, sociale scoring uitvoeren of rechten aantasten.
- Hoog risico: systemen die invloed hebben op veiligheid, gezondheid of besluitvorming, bijvoorbeeld bij toegangscontrole, kredietanalyse of infrastructuurbeheer.
- Beperkt risico: toepassingen die transparantie vereisen, zoals chatbots of emotieherkenning.
- Minimaal risico: systemen met een ondersteunende functie, zonder directe invloed op personen.
Voor bedrijven betekent dit dat niet alleen juridische teams, maar ook ontwikkelaars, auditors en securityspecialisten hun processen moeten aanpassen. De classificatie bepaalt of het systeem moet worden geregistreerd, gedocumenteerd en gecontroleerd op datakwaliteit, betrouwbaarheid en beveiliging.
Verboden toepassingen en juridische gevolgen
Sommige AI-vormen zijn door de AI Act expliciet verboden omdat ze onaanvaardbare risico’s veroorzaken. Denk aan technologie die gedragsmanipulatie inzet of mensen profileert op basis van biometrische of sociale kenmerken. Zulke toepassingen moeten binnen een halfjaar na de inwerkingtreding van de verordening uit de markt verdwijnen.
De wet stelt bovendien stevige boetes bij overtreding: tot 7 procent van de wereldwijde jaaromzet of 35 miljoen euro. Dit maakt naleving van beveiligings- en documentatieverplichtingen een direct bedrijfsrisico. Niet alleen de leverancier maar ook de gebruiker van een AI-systeem kan aansprakelijk worden gesteld als blijkt dat onvoldoende toezicht is gehouden op correct gebruik.
Transparantie en afhankelijkheid van externe modellen
Veel bedrijven gebruiken generatieve of algemene AI-modellen van externe aanbieders. Deze modellen vallen sinds 2025 onder specifieke regels voor transparantie en verantwoordelijkheid. Leveranciers moeten kunnen aantonen hoe hun modellen zijn getraind, welke datasets zijn gebruikt en hoe zij misbruik voorkomen. Voor afnemers betekent dat een verplichting om deze informatie te controleren en vast te leggen in contractuele voorwaarden.
Afhankelijkheid van externe AI-bronnen vergroot het risico op indirecte compromittering. Wanneer een model via een API communiceert met interne systemen, vormt elke wijziging in dat externe model een potentieel beveiligingsrisico. Een fout of manipulatie buiten het eigen domein kan direct invloed hebben op bedrijfsprocessen.
AI-kennisplicht binnen organisaties
De AI Act introduceert een kennisplicht: medewerkers die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken moeten aantoonbare kennis bezitten over de werking, risico’s en beperkingen van deze technologie. Dat betekent structurele training in data-integriteit, algoritmische vooringenomenheid en beveiliging. Zonder deze kennis kan een systeem onbedoeld worden ingezet in strijd met de wettelijke bepalingen.
Bedrijven die deze kennisplicht negeren lopen niet alleen juridisch risico, maar vergroten ook de kans op beveiligingsincidenten. Onwetendheid over de werking van AI kan leiden tot verkeerd geconfigureerde modellen, onvoldoende monitoring of gebrekkige datatoegang.
De samenhang tussen compliance en beveiliging
De AI Act koppelt juridische naleving direct aan technische beveiliging. Een systeem dat voldoet aan de wet moet beschikken over:
- Datakwaliteitsbeheer om manipulatie of bias te voorkomen.
- Traceerbaarheid van beslissingen via logging en auditeerbare registraties.
- Menselijke controlemechanismen om foutieve beslissingen te corrigeren.
- Beveiligingsarchitecturen die ongeoorloofde toegang tot modellen en datasets uitsluiten.
Deze verplichtingen maken duidelijk dat AI-beveiliging geen afgeleide discipline is van IT, maar een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering.
Dynamische risico’s binnen AI-architecturen
De architectuur van AI-systemen evolueert continu door updates, nieuwe modellen en data-uitbreidingen. Dat creëert een vorm van structurele onzekerheid. In traditionele IT-beveiliging is een risicoanalyse relatief stabiel, maar bij AI moet deze voortdurend worden bijgewerkt.
Bedrijven die hun risico-inventaris slechts één keer per jaar uitvoeren missen veranderingen in de onderliggende logica van het model. Een kleine wijziging in de trainingsset kan de output volledig veranderen, waardoor beleid, controles en auditing achterhaald raken. Daarom is periodieke herbeoordeling verplicht onder de AI Act, vooral bij hoog-risicosystemen.
Verantwoord gebruik van AI binnen bedrijfsprocessen
AI mag pas worden ingezet nadat is vastgesteld dat de toepassing binnen de juiste risicoklasse valt en dat passende beveiligingsmaatregelen zijn ingericht. Dit betekent dat bedrijven een interne inventarisatie moeten uitvoeren van alle algoritmische processen. Zonder die inventarisatie is het onmogelijk om te voldoen aan de eisen van documentatie en traceerbaarheid.
Belangrijke stappen daarbij zijn:
- Vastleggen van de functies waarin AI beslissingen neemt.
- Documenteren van gebruikte datasets en hun herkomst.
- Controleren of de leverancier voldoet aan de AI Act.
- Opnemen van AI-risico’s in het bestaande beveiligingsbeleid.
Deze aanpak zorgt dat compliance niet losstaat van operationele beveiliging.
De noodzaak van adaptieve beveiliging
Omdat het aanvalsoppervlak voortdurend verandert, moeten beveiligingsmaatregelen meebewegen met de technische ontwikkeling van AI. Beveiliging van modellen vereist niet alleen traditionele middelen zoals firewalls of encryptie, maar ook controles op data-integriteit, modelvalidatie en anomaliedetectie.
Het doel is niet alleen bescherming tegen externe aanvallen, maar ook het voorkomen van interne fouten die kunnen leiden tot misbruik of verkeerde beslissingen. De wet stimuleert een aanpak waarbij beveiliging, ethiek en risicomanagement samenkomen in één raamwerk.

2. Veelvoorkomende aanvalstechnieken op AI-systemen
AI hacking richt zich niet meer uitsluitend op netwerken of databases, maar op het gedrag en de logica van algoritmen zelf. Omdat AI-systemen voortdurend leren en zich aanpassen, kunnen kwaadwillenden gebruikmaken van die flexibiliteit om manipulatie uit te voeren zonder directe toegang tot de broncode. Het risico verschuift daarmee van traditionele exploits naar subtiele beïnvloeding van modellen, trainingsdata en interactiekanalen. De EU AI Act behandelt deze problematiek niet alleen vanuit ethisch perspectief, maar ook als beveiligingsverplichting: wie een AI-systeem inzet, moet aantoonbaar kunnen beheersen hoe het zich gedraagt onder ongewenste input.
De kwetsbaarheid van AI komt voort uit drie factoren: de afhankelijkheid van data, de complexiteit van modellen en de menselijke neiging om de output van algoritmen te vertrouwen. Deze combinatie creëert een nieuw aanvalsveld waarin misleiding, manipulatie en datavervalsing samenvloeien.
Manipulatie via data poisoning
Data poisoning is een van de meest voorkomende aanvalsvormen op zelflerende systemen. Daarbij wordt schadelijke of foutieve data bewust toegevoegd aan het trainingsproces. Het doel is het model te beïnvloeden, zodat het later verkeerde beslissingen neemt. Een kleine afwijking in de dataset kan leiden tot systematische fouten, waardoor een model bijvoorbeeld verkeerde classificaties uitvoert of ongepaste prioriteiten stelt.
Bij open datasets is dit risico groter. Aanvallers voegen gemanipuleerde voorbeelden toe of veranderen labels, waardoor het model verkeerde verbanden leert. Zodra dit in productie terechtkomt, kunnen outputs worden gestuurd zonder dat de exploitant merkt dat het model is gecorrumpeerd.
Organisaties moeten daarom datasets herleidbaar en controleerbaar houden. De AI Act stelt dat datakwaliteit een juridisch afdwingbare verplichting is, juist omdat vervuilde data niet alleen leidt tot onbetrouwbare uitkomsten, maar ook tot veiligheidsincidenten.
Adversarial input en modelmisleiding
Een andere veelgebruikte techniek is adversarial input: het bewust aanbieden van gegevens die voor mensen onschuldig lijken, maar het model tot verkeerde interpretatie aanzetten. Een minimalistische wijziging in beeld, tekst of geluid kan leiden tot compleet andere conclusies. Deze aanvalsvorm maakt gebruik van de gevoeligheid van neurale netwerken voor microvariaties in data.
In visuele systemen kan een aanvaller bijvoorbeeld kleine pixelverstoringen aanbrengen waardoor een detectiemodel objecten verkeerd herkent. In tekstmodellen kan een subtiele wijziging van instructies leiden tot ongewenste antwoorden of datalekken. Dit soort aanvallen vereist geen fysieke toegang tot de infrastructuur, enkel kennis van de outputstructuur.
De EU AI Act eist dat aanbieders van hoog-risico systemen aantonen hoe hun modellen reageren op afwijkende of manipulatieve input. Dat betekent dat testen op adversarial gedrag een vast onderdeel wordt van kwaliteits- en veiligheidsbeoordelingen.
Prompt injection bij taalmodellen
Taalmodellen, waaronder generatieve AI, zijn gevoelig voor prompt injection: een aanval waarbij een gebruiker commando’s of context toevoegt die het oorspronkelijke beveiligingsbeleid van het model omzeilt. Door het model te laten ‘vergeten’ dat bepaalde instructies verboden zijn, kan een aanvaller interne informatie opvragen of de output sturen in ongewenste richting.
Prompt injection is vooral riskant bij integratie van AI in bedrijfsapplicaties. Zodra een model toegang heeft tot interne documenten of databases, kan één geïnjecteerde opdracht voldoende zijn om vertrouwelijke gegevens vrij te geven. Daarom schrijft de AI Act voor dat generatieve modellen onder transparantie- en veiligheidsverplichtingen vallen, inclusief documentatie van hoe veiligheidsfilters worden toegepast.
Feedback-loops als aanvalskanaal
Zelflerende systemen gebruiken feedback om zichzelf te verbeteren. Wanneer aanvallers deze feedback manipuleren, kan het model verkeerde verbanden versterken. Dit speelt vooral bij AI die aanbevelingen doet of autonoom beslissingen bijstuurt. Een voorbeeld is een aanbevelingssysteem dat door nepfeedback patronen leert die in werkelijkheid niet kloppen, met economische of reputatieschade tot gevolg.
Omdat feedback-data vaak in real time wordt verzameld, is controle lastig. De oplossing ligt in scheiding van feedbackbronnen en validatieprocessen, iets wat onder de AI Act expliciet wordt aangemerkt als risicobeheersing bij hoog-risico toepassingen.
Misbruik via API’s en integraties
AI-systemen communiceren doorgaans via API’s met andere applicaties. Deze interfaces vormen een belangrijk doelwit voor aanvallers, omdat ze directe toegang bieden tot modelinput en -output. Door onvoldoende beveiligde API’s kunnen aanvallers modellen overbelasten, foutieve data injecteren of modelparameters achterhalen.
Daarnaast bestaan er risico’s bij het combineren van meerdere AI-systemen. Een foutieve koppeling tussen twee modellen kan leiden tot ongecontroleerde data-uitwisseling. Volgens de AI Act moet elke integratie aantoonbaar worden getest op compatibiliteit en dataveiligheid.
Shadow AI en ongeautoriseerd gebruik
In veel organisaties ontstaan AI-toepassingen buiten de officiële IT-governance, vaak door medewerkers die zelfstandig tools inzetten. Deze zogenaamde shadow AI vormt een onzichtbaar risico. Systemen die buiten toezicht draaien, worden niet geclassificeerd, niet getest en vaak niet beveiligd.
Een aanvaller kan dit soort ongeregistreerde tools gebruiken als toegangspoort tot bedrijfsdata. De AI Act verplicht daarom inventarisatie van alle AI-systemen, ongeacht of deze intern of extern worden beheerd. Zonder zicht op gebruik is naleving van beveiligingsnormen onmogelijk.
Supply chain aanvallen op AI-modellen
AI-modellen zijn vaak afhankelijk van open source componenten, frameworks en gedeelde datasets. Aanvallers kunnen deze keten gebruiken om schadelijke code of gemanipuleerde data te injecteren. Dit gebeurt voordat het model überhaupt operationeel is.
Door de complexiteit van de supply chain kan een organisatie moeilijk achterhalen waar een wijziging heeft plaatsgevonden. ISO 42001, dat later aan bod komt, introduceert daarom eisen voor traceerbaarheid binnen de gehele AI-keten, zodat modellen van bron tot gebruik kunnen worden gecontroleerd.
Juridische gevolgen van beveiligingsfouten
Onder de EU AI Act kan een beveiligingsincident in een AI-systeem niet langer worden afgedaan als een intern IT-probleem. De wet beschouwt ontoereikende beveiliging als een overtreding van de productveiligheidsverplichtingen. Dat betekent dat technische fouten juridische gevolgen hebben.
Wanneer een AI-systeem uit de categorie hoog risico wordt ingezet zonder voldoende beveiliging of toezicht, kan dit leiden tot sancties of verbod op gebruik. De exploitant blijft verantwoordelijk, ook wanneer de fout bij een externe leverancier ligt.
Nieuwe dreigingen door generatieve modellen
Generatieve modellen introduceren een bijzonder risico: ze kunnen zelf content produceren die schadelijk, misleidend of vertrouwelijk is. Hackers gebruiken deze modellen om phishingmails, deepfakes of vervalste documenten te genereren die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn.
Bedrijven moeten daarom generatieve AI beschouwen als potentieel kwetsbare component. De AI Act legt vast dat dit type modellen verplicht informatie moet verstrekken over de gebruikte datasets en beveiligingsmechanismen tegen misbruik. Transparantie fungeert hier als preventieve maatregel tegen manipulatie.
Technische en organisatorische tegenmaatregelen
De verdediging tegen AI-aanvallen vereist een combinatie van technische controle en beleidsmatige maatregelen. De meest toegepaste strategieën zijn:
- Beperking van toegangsrechten tot trainingsdata en modelparameters.
- Gebruik van validatie-algoritmen die afwijkende patronen detecteren.
- Versleuteling van communicatie tussen modellen en API’s.
- Continue monitoring van outputgedrag voor afwijkingen.
- Herziening van leveranciersketens en open source componenten.
- Periodieke herclassificatie van AI-systemen conform de AI Act.
Door deze aanpak te integreren binnen bestaande beveiligingsstructuren kunnen organisaties beter inspelen op veranderende aanvalstechnieken. De EU AI Act benadrukt dat beveiliging geen momentopname is maar een doorlopend proces, gericht op controle, traceerbaarheid en verantwoording van elk AI-systeem in gebruik.

3. AI als vector voor geavanceerde cyberaanvallen
AI-gebruik door aanvallers is niet langer hypothetisch. In toenemende mate worden algoritmen, modellen en zelflerende systemen doelbewust ingezet om aanvallen te plannen, versnellen en verfijnen. Waar AI binnen bedrijven wordt toegepast om processen te optimaliseren, benutten kwaadwillenden dezelfde technieken voor offensieve doeleinden. AI maakt het mogelijk om kwetsbaarheden sneller te vinden, phishingcampagnes persoonlijker te maken en detectiesystemen te omzeilen. Dit maakt hacking effectiever, schaalbaarder en lastiger te stoppen.
De rol van AI als aanvalsinstrument laat zien dat technologie niet alleen risico’s bevat, maar ook wordt gebruikt als wapen. Het aanvallend gebruik van AI vraagt om een nieuw perspectief op cyberdreigingen: niet alleen systemen moeten worden beschermd, maar ook tegenacties moeten worden voorbereid op aanvallen die door algoritmen worden aangestuurd.
Geautomatiseerde kwetsbaarhedenscans en exploitdetectie
AI maakt het mogelijk om enorme hoeveelheden netwerkverkeer, systeemconfiguraties en codebases te analyseren op zoek naar fouten. Aanvallers gebruiken machine learning-modellen om snel patronen te herkennen die wijzen op slecht geconfigureerde services, open poorten of verouderde softwareversies.
In tegenstelling tot traditionele scanners leren deze systemen voortdurend bij. Ze detecteren afwijkingen die voor menselijke analisten onzichtbaar blijven. Door deze automatisering kunnen aanvallen gericht en contextueel worden uitgevoerd, zonder herhaling of detecteerbare scripts.
Vooral bij organisaties met complexe IT-omgevingen vormen deze AI-gestuurde scans een nieuwe bedreiging. Wanneer de infrastructuur continu verandert, zoals bij cloudomgevingen of microservices, wordt het moeilijk om verdachte patronen vroegtijdig te signaleren.
GenAI als bron van schadelijke content
Generatieve AI wordt ingezet om phishingmails te genereren die grammaticaal correct, overtuigend en contextueel aangepast zijn. In plaats van een standaardaanval ontvangt het slachtoffer een bericht dat verwijst naar een recente gebeurtenis, een bekend contact of interne bedrijfsinformatie.
Dergelijke mails worden vaak niet als spam herkend omdat ze uniek zijn en geen hergebruikte sjablonen bevatten. Aanvallers gebruiken taalmodellen om automatisch duizenden varianten te maken, ieder afgestemd op de ontvanger.
Naast phishing wordt GenAI ook gebruikt om deepfakes te maken: spraak- of video-opnames die echt lijken maar volledig synthetisch zijn. Deze worden ingezet voor CEO-fraude, identiteitsmisbruik of manipulatie van besluitvormers.
Evasie van detectiesystemen
AI wordt gebruikt om detectiemechanismen te ontwijken. Malware wordt aangepast op basis van terugkoppeling uit sandbox-omgevingen en virusscanners. Door gebruik te maken van reinforcement learning ontwikkelen aanvallers schadelijke code die zich automatisch aanpast totdat die onzichtbaar is voor standaardbeveiliging.
AI herkent welke patronen leiden tot detectie en vermijdt die actief. Daardoor blijft kwaadaardige code onder de radar, zelfs bij goed ingestelde firewalls en EDR-systemen.
De AI Act eist van aanbieders van AI-modellen dat ze laten zien hoe misbruik wordt voorkomen. Bij generatieve modellen moeten er veiligheidsmechanismen zijn ingebouwd om dit soort toepassingen te blokkeren. In de praktijk blijkt echter dat open modellen zonder toezicht makkelijk kunnen worden misbruikt.
Aanvallen met feedback uit real time data
Door real time data-analyse kunnen AI-gestuurde aanvallen zich tijdens de aanval aanpassen. Bijvoorbeeld: wanneer een e-mailfilter een bepaalde phishingpoging blokkeert, leert het systeem die poging te vermijden en zoekt het naar alternatieve routes.
Deze zelfcorrigerende aanvallen vereisen geen directe menselijke aansturing. AI past tactieken aan op basis van output, waardoor het aanvalstraject zich ontwikkelt als een dynamisch proces. Dit maakt traditionele incidentrespons ineffectief.
Organisaties moeten daarom rekening houden met aanvallers die sneller schakelen dan hun verdedigingsmechanismen. Het gebruik van AI als tegenmaatregel wordt daardoor noodzaak in plaats van keuze.
Netwerkanalyse en privilege escalation
AI-modellen worden gebruikt om netwerkinfrastructuren te analyseren. Aanvallers voeren geen lineaire scans meer uit, maar bouwen grafen van verbindingen, gebruikersrechten en afhankelijkheden.
Op basis van die analyse voorspelt AI waar de zwakke schakels zitten: systemen met overmatige rechten, niet-gepatchte servers of onjuiste segmentering. Het resultaat is een nauwkeurige routekaart voor privilege escalation.
Deze techniek stelt aanvallers in staat om binnen enkele minuten van een enkel toegangspunt door te dringen tot gevoelige systemen. Traditionele logging detecteert dit gedrag vaak pas na afloop, wanneer data al is buitgemaakt.
AI bij supply chain aanvallen
Aanvallers gebruiken AI om softwareketens te analyseren en zwakke plekken bij derde partijen te vinden. Niet de eindgebruiker maar de leverancier is dan het doelwit. Door AI in te zetten om pakketstructuren, open source componenten en licentieafhankelijkheden te analyseren, worden kwetsbare ingangen snel ontdekt.
Zodra toegang is verkregen tot de ontwikkelketen, kan kwaadaardige code worden geïnjecteerd die via reguliere updates verspreid wordt. AI bepaalt welke onderdelen het minst opvallen en dus het meest geschikt zijn voor sabotage.
ISO 42001 en de AI Act benadrukken daarom het belang van traceerbare modellen en controle over toeleveranciers. Organisaties moeten weten waar hun AI vandaan komt en hoe de modellen zijn opgebouwd, inclusief externe afhankelijkheden.
Shadow AI als versterker van dreiging
Aanvallers misbruiken het feit dat veel bedrijven geen overzicht hebben van gebruikte AI-tools. Wanneer medewerkers zelfstandig modellen integreren, ontstaan er ongecontroleerde toegangspunten.
AI-tools met API-koppelingen naar bedrijfsdata kunnen, indien niet goed beveiligd, misbruikt worden om informatie op te vragen, opdrachten uit te voeren of processen te manipuleren.
Een AI-tool die documenten samenvat, kan door een aanval worden omgevormd tot een extractiemechanisme voor vertrouwelijke gegevens.
Doelgerichte aanvallen op sectoren
AI-gestuurde aanvallen worden afgestemd op sector, organisatiegrootte en gedrag. In plaats van massale aanvallen worden modellen getraind op specifieke branches. Zo weet een AI-systeem welke softwareversies vaak draaien bij industriële installaties of welke ERP-systemen in gebruik zijn bij middelgrote bedrijven.
Deze contextgevoeligheid maakt aanvallen effectiever. Een deepfake gericht op een bankmanager verschilt inhoudelijk van een aanval gericht op een productiebedrijf. AI maakt het mogelijk om doelgericht en schaalbaar tegelijk te opereren.
Het belang van tegenmaatregelen met AI
De inzet van AI door aanvallers vereist een AI-gedreven verdediging. Klassieke securitytools zijn niet ontworpen voor gedrag dat zich ontwikkelt tijdens een aanval.
Organisaties moeten daarom:
- AI inzetten voor gedragsanalyse van gebruikers en systemen.
- Real time monitoring koppelen aan anomaly detection.
- Loggingstructuren uitbreiden met modeloutput-analyse.
- Incidentrespons aanpassen aan adaptieve dreigingen.
- Modellen beoordelen op potentiële misbruikscenario’s.
Zonder deze aanpassingen loopt de verdedigingsstructuur achter op het tempo van de aanval.

4. Beveiligingsstructuren voor AI volgens ISO 42001
ISO 42001 is ontwikkeld als managementsysteem voor organisaties die AI inzetten of ontwikkelen. In tegenstelling tot technische normen richt deze standaard zich op de volledige beheersstructuur rond AI: beleid, processen, risico’s, controlemechanismen en compliance. Waar de EU AI Act wettelijk vastlegt wat bedrijven moeten doen, biedt ISO 42001 een framework waarmee bedrijven kunnen aantonen hoe zij dat doen.
De focus ligt op de integratie van AI in bestaande bedrijfsvoering, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de output van een model, maar naar de totale levenscyclus van een AI-systeem: van ontwerp en training tot gebruik, monitoring en uitfasering.
ISO 42001 erkent dat AI specifieke beveiligingsrisico’s kent die niet op dezelfde manier kunnen worden beheerst als klassieke IT-systemen. Daarom bevat de norm eisen voor risicobeoordeling, transparantie, controleerbaarheid en databeveiliging die toegespitst zijn op de dynamiek van AI.
Verankering van AI-governance
Een AI-systeem vereist meer dan een technisch controleschema. ISO 42001 stelt dat organisaties een governance-structuur moeten opzetten waarin rollen, verantwoordelijkheden en toezicht rond AI expliciet zijn vastgelegd.
Deze structuur moet onder andere:
- Beslissingsbevoegdheden afbakenen voor AI-toepassingen.
- Beheersmaatregelen koppelen aan het type AI-model en diens impact.
- Verantwoording organiseren richting interne en externe belanghebbenden.
- Samenhang garanderen tussen AI, cybersecurity en compliance.
De AI Act schrijft voor dat exploitanten van hoog-risico systemen aantoonbaar moeten beschikken over toezichtmechanismen. ISO 42001 biedt de kapstok om deze toezichtstructuur op te bouwen en te integreren binnen bestaande managementsystemen zoals ISO 27001.
Risicobeheer bij AI-systemen
AI brengt specifieke risico’s met zich mee, zoals onvoorspelbaar gedrag, dataverontreiniging en manipulatie. ISO 42001 vereist dat deze risico’s systematisch worden geïdentificeerd, geëvalueerd en beheerst.
In het risicomanagementproces moet rekening worden gehouden met:
- Data-integriteit in de trainings- en gebruiksfase.
- Gedragsveranderingen door continue bijsturing van modellen.
- Kwetsbaarheid voor adversarial input of data poisoning.
- Onbedoelde bias of discriminatie.
De AI Act eist dat risico’s niet alleen worden herkend, maar ook gemonitord en gedocumenteerd. ISO 42001 helpt bedrijven om dit cyclisch aan te pakken: risico’s worden regelmatig herzien, zeker wanneer het systeem wordt geüpdatet of voor nieuwe toepassingen wordt ingezet.
Transparantie en traceerbaarheid
ISO 42001 stelt eisen aan transparantie over het functioneren van modellen. Niet alleen moet duidelijk zijn wat het model doet, maar ook op basis waarvan het beslissingen neemt.
Concreet houdt dit in dat bedrijven:
- De trainingsdata en hun herkomst moeten documenteren.
- De logica van het model (voor zover mogelijk) moeten toelichten.
- Input, output en feedback moeten kunnen reconstrueren.
- Aantoonbaar menselijke controlepunten moeten inbouwen.
Deze eisen sluiten naadloos aan op de AI Act, waarin staat dat transparantieverplichtingen gelden voor beperkte én hoog-risico systemen. Zonder deze transparantie kan de betrouwbaarheid van het systeem niet worden vastgesteld, wat bij een incident leidt tot juridische en operationele schade.
Integratie in bestaande managementsystemen
ISO 42001 is ontworpen als aanvulling op bestaande beheersystemen. Voor organisaties die al werken met ISO 27001 of ISO 9001 biedt het een uitbreidbaar raamwerk waarmee AI specifiek kan worden beheerst.
De norm vereist:
- Aanpassing van bestaande risicoregisters voor AI-gerelateerde scenario’s.
- Uitbreiding van audits met AI-onderwerpen.
- Trainingen over AI-risico’s en governance voor betrokken medewerkers.
- Duidelijke rapportagelijnen bij afwijkingen of incidenten.
Door AI niet als losstaand IT-vraagstuk te behandelen maar als volwaardig onderdeel van governance en compliance, ontstaat samenhang tussen techniek, beleid en regelgeving.
Naleving van AI-wetgeving via ISO 42001
De AI Act verplicht bedrijven om hun systemen tijdig te classificeren, transparantie te garanderen en dataveiligheid te borgen. ISO 42001 biedt methoden om die naleving structureel aan te pakken.
Bijvoorbeeld:
- Voor de classificatie van systemen worden binnen ISO 42001 procedures ingericht voor toetsing, beoordeling en herclassificatie.
- De traceerbaarheidseisen uit de AI Act worden geborgd via logging, versiebeheer en documentatie.
- Veiligheidsmaatregelen zoals toegangscontrole en validatiemechanismen worden standaard onderdeel van de AI-lifecycle.
Zo wordt duidelijk dat ISO 42001 niet alleen helpt bij risicobeheersing, maar ook een bewijsfunctie vervult richting toezichthouders.
Toezicht, audit en continue verbetering
Een AI-systeem is geen statisch product maar een dynamisch proces. ISO 42001 verplicht tot periodieke audits waarbij het gedrag van het systeem, de naleving van richtlijnen en de effectiviteit van beheersmaatregelen worden geëvalueerd.
De focus ligt op:
- Vastleggen van prestatie-indicatoren voor betrouwbaarheid en veiligheid.
- Detecteren van afwijkend gedrag of performancedalingen.
- Verbeteracties bijstellen op basis van incidenten of near misses.
Daarnaast vereist de norm dat incidenten – ook al leiden ze niet tot schade – worden geanalyseerd en gebruikt voor structurele verbetering.
Leveranciers en ketenverantwoordelijkheid
AI-modellen worden vaak extern ingekocht of als dienst afgenomen. ISO 42001 stelt dat ook leveranciers binnen de beheersstructuur moeten vallen.
Organisaties moeten kunnen aantonen:
- Welke leveranciers AI-componenten aanleveren.
- Hoe zij voldoen aan de AI Act en relevante beveiligingsstandaarden.
- Of er afspraken zijn over updates, monitoring en incidentafhandeling.
Zonder deze ketenverantwoordelijkheid blijft een aanzienlijk deel van het risico buiten beeld. ISO 42001 maakt het mogelijk om deze afhankelijkheden zichtbaar te maken en te beheersen.

De 10 belangrijkste takeaways
AI verandert het karakter van digitale risico’s. De inzet van slimme systemen binnen bedrijfsprocessen brengt niet alleen nieuwe kansen, maar ook onbekende aanvalsroutes, moeilijk te beheersen gedrag en een veranderend verantwoordelijkheidsmodel. Beveiliging gaat niet meer alleen over techniek, maar ook over data, transparantie en controle op het hele ecosysteem rond AI.
1. AI gedraagt zich niet als klassieke IT
AI-systemen ontwikkelen hun eigen beslislogica op basis van data, waardoor traditionele controlemechanismen niet volstaan. Dit vraagt om adaptieve beveiliging en continue monitoring, niet alleen op systeemniveau maar ook op het niveau van modelgedrag.
2. Hacking richt zich steeds vaker op AI-logica
Aanvallers manipuleren trainingsdata, misleiden modellen via input of gebruiken AI zelf als aanvalsinstrument. Het aanvalsoppervlak verschuift naar algoritmisch gedrag, waardoor detectie complexer wordt en bestaande beschermingslagen ontoereikend zijn.
3. Transparantie is een veiligheidsmaatregel geworden
Zonder inzicht in hoe modellen beslissingen nemen of data verwerken, is geen betrouwbare beveiliging mogelijk. Transparantie over herkomst, werking en beperkingen van AI-modellen vormt de basis voor technische én juridische controle.
4. ISO 42001 maakt AI-beheersing structureel
Deze norm biedt een kader waarmee AI-beveiliging wordt geïntegreerd in bestaande managementstructuren. Het is geen technische standaard, maar een strategisch instrument om risico’s, governance en compliance blijvend te verankeren.
5. Shadow AI ondermijnt zicht op risico’s
AI-toepassingen buiten de formele IT-governance vormen blinde vlekken voor informatiebeveiliging. Zonder registratie, classificatie en toetsing ontstaan open ingangen die vaak pas zichtbaar worden na een incident.
6. Generatieve modellen vragen om strengere controle
GenAI wordt misbruikt voor social engineering, datalekken en misleiding via deepfakes. Beveiliging moet zich richten op zowel de input als de output van deze modellen, inclusief menselijke validatie waar nodig.
7. AI verandert de aard van supply chain-aanvallen
Aanvallers richten zich niet alleen op bedrijven, maar op de modellen, datasets en frameworks die zij gebruiken. Ketenverantwoordelijkheid betekent dat ook externe modellen onder het beveiligingsbeleid moeten vallen.
8. De AI Act koppelt naleving aan beveiliging
Wetgeving eist niet alleen correcte inzet van AI, maar ook technische beheersing van risico’s. Boetes, verboden toepassingen en transparantieverplichtingen maken informatiebeveiliging direct verbonden aan juridische compliance.
9. Incidentdetectie moet modelgedrag begrijpen
Beveiliging kan niet langer alleen kijken naar netwerkactiviteit of logs. Detectie moet afwijkend modelgedrag signaleren, zoals ongebruikelijke beslissingen of outputwijzigingen die wijzen op misbruik of foutieve training.
10. AI vraagt om continue herbeoordeling van risico’s
In een AI-omgeving veranderen risico’s zodra het model, de data of de context verandert. Periodieke herclassificatie is geen formaliteit maar noodzaak om grip te houden op wat een AI-systeem werkelijk doet.









