Steeds vaker worden berichten, foto’s en gesprekken niet alleen gedeeld, maar ook gescand. Wat begon als een plan om online misbruik aan te pakken, dreigt uit te groeien tot een systeem waarin iedereen, zonder aanleiding, onder toezicht staat.
De Europese plannen rondom chatcontrol schuiven ongemerkt op richting permanente controle van digitale communicatie. Niet alleen grote techbedrijven worden geraakt, maar ook burgers, scholen, zorginstellingen en ondernemers.
Het raakt aan iets fundamenteels: het recht op vrijheid en vertrouwen in de digitale ruimte.

1. Wat chatcontrol echt betekent
Chatcontrol is de term die rondgaat in het debat over nieuwe EU-wetgeving om online seksueel misbruik op te sporen.
Het plan komt uit Brussel, waar de Europese Commissie sinds 2022 werkt aan een wet die platforms zoals WhatsApp, Facebook en zelfs spelletjes met chatfuncties verplicht om berichten te scannen. Niet achteraf, maar voordat ze verzonden zijn.
Ook Nederland verzette zich daartegen, tot nu toe. Omdat andere EU-landen van standpunt veranderen, is de kans groot dat de wet er alsnog komt.
De bedoeling is duidelijk: minder misbruik en betere bescherming van kinderen. Maar de manier waarop dat moet gebeuren, heeft grote gevolgen.
De scanning gebeurt namelijk automatisch, bij alle gebruikers. Niet alleen verdachte accounts, maar iedereen. Niet alleen tekst, ook foto’s, video’s en mogelijk zelfs spraak.
Daarmee raakt dit plan niet alleen techbedrijven, maar iedereen met een telefoon of laptop.
Voor het eerst wordt het mogelijk dat apparaten zelf gaan controleren wat mensen zeggen, typen of delen — nog vóór het gesprek begint. Die verschuiving raakt aan meer dan alleen privacy.
Het gaat om vertrouwen, vrijheid van communicatie en de manier waarop we digitaal samenleven.
Waarom Brussel dit wil
De Commissie vindt dat opsporingsdiensten te weinig grip hebben op misbruikers die versleutelde apps gebruiken. End-to-end encryptie maakt het lastig om beelden en berichten in te zien. Daarom wil men dat de verantwoordelijkheid voor detectie verschuift naar de platforms zelf — en verder: naar het apparaat van de gebruiker.
Dat betekent concreet:
- de inhoud van berichten wordt op het toestel gecontroleerd;
- zonder dat gebruikers het merken;
- en ongeacht of er een verdenking is.
Zo ontstaat een systeem dat permanent meekijkt, zonder aanleiding.
Waarom dit zo gevoelig ligt
Veel mensen denken bij dit voorstel aan overheidstoezicht. Maar het gaat niet om camera’s of politie die meekijkt — het zit technischer in elkaar, en misschien juist daardoor nóg lastiger te controleren.
Wie bepaalt welke inhoud verdacht is? Hoe werkt de software? Wat gebeurt er als die fouten maakt?
Er zijn vijf grote zorgen:
- algoritmes maken fouten en foutmeldingen kunnen gevolgen hebben;
- normaal beeldmateriaal kan als verdacht worden gezien;
- bedrijven worden juridisch verplicht om mee te werken, zelfs als ze daar niet achter staan;
- het maakt apparaten kwetsbaarder voor misbruik of hacks;
- het gevoel dat alles gescand wordt, ondermijnt het vertrouwen tussen mensen.
Burgers gaan zich aanpassen: terughoudender communiceren, onderwerpen vermijden, of overstappen naar onveilige apps die buiten de EU vallen. Dat is geen complottheorie, maar een logisch psychologisch effect. En het werkt averechts op het doel dat Europa zegt na te streven.
Niet alleen techbedrijven worden geraakt
Hoewel het plan vooral klinkt alsof het over grote platforms gaat, zoals Meta of Google, raakt het voorstel veel bredere sectoren. Denk aan:
- clouddiensten en bestandsopslag
- scholen met online leeromgevingen
- zorginstellingen met communicatietools
- sportclubs met apps of websites
- webshops met klantchatfuncties
Elke organisatie die berichten of bestanden laat uitwisselen tussen gebruikers, valt onder dit voorstel. Dat betekent ook dat kleinere organisaties plots te maken krijgen met complexe beveiligingseisen, aansprakelijkheid en technische aanpassingen. Vaak zonder dat ze daar voldoende kennis of middelen voor hebben.
Wat er mis kan gaan bij foutmeldingen
De Europese meldstructuur werkt zo: als een systeem iets verdachts signaleert, wordt dat doorgestuurd naar een centrale instantie. Daar wordt beoordeeld of het écht misbruik is. Klinkt logisch, maar in de praktijk zijn fouten niet uit te sluiten.
Bijvoorbeeld:
- een vakantiefoto van een ouder met kind wordt verkeerd geïnterpreteerd;
- een grap in een chatbericht wordt opgevat als dreiging;
- een bestand wordt onterecht gemarkeerd, en komt bij opsporingsdiensten terecht.
Mensen weten vaak niet dat dit gebeurt, kunnen zich niet verdedigen en worden mogelijk opgenomen in systemen zonder dat er ooit iets bewezen is.
Ook bedrijven moeten zulke foutmeldingen registreren, opvolgen en mogelijk zelfs verantwoorden aan toezichthouders. Dat maakt de risico’s onvoorspelbaar en moeilijk beheersbaar.
Onbedoelde gevolgen voor communicatie
Zodra mensen weten dat berichten worden gescand, verandert hun gedrag. Dat blijkt telkens weer bij toezichtsystemen. Communicatie wordt minder open, onderwerpen worden vermeden, of mensen zoeken andere kanalen.
Vooral jongeren, activisten, of mensen die gevoelige onderwerpen bespreken, zijn dan geneigd te zoeken naar apps die géén scanning uitvoeren. Vaak zijn dat juist onveilige of schimmige alternatieven buiten de EU. Daarmee verliest Europa de regie over online veiligheid.

2. De gevolgen voor burgers en bedrijven
Zodra chatcontrol werkelijkheid wordt, verandert er meer dan veel mensen nu beseffen. Want het gaat niet alleen over het tegengaan van misbruik: het zet druk op het hele systeem van digitale communicatie.
Niet alleen voor burgers, maar ook voor bedrijven, scholen, zorginstellingen en elke andere organisatie die berichten uitwisselt.
De wet raakt iedereen die werkt met data, communicatie of privacygevoelige informatie.
Burgers komen onder toezicht zonder aanleiding
Waar het vroeger zo was dat alleen verdachte accounts werden onderzocht, is dat onderscheid met chatcontrol verdwenen. Iedereen wordt gelijk behandeld — en dat betekent: iedereen wordt gescand. Berichten, foto’s, video’s, en in sommige gevallen zelfs spraak, worden automatisch doorgelicht nog vóórdat ze verzonden zijn.
Zonder duidelijke uitleg of transparantie weten gebruikers niet meer of wat ze zeggen ergens wordt opgeslagen, gedeeld of beoordeeld. En zelfs als iemand niets verkeerd doet, bestaat het risico op een foutmelding. Want algoritmes zijn nooit perfect.
Wat mensen normaal als vanzelfsprekend beschouwen — dat privéberichten privé zijn — komt daarmee onder druk te staan.
Bedrijven worden medeverantwoordelijk
Voor organisaties is er een ander probleem: ze worden medeplichtig gemaakt aan handhaving. Of het nu gaat om een klantenservicechat, een leerplatform of een communicatieapp binnen een zorginstelling — als je berichten laat versturen, ben je ineens onderdeel van het systeem dat moet controleren en melden.
Dat leidt tot praktische vragen:
- Wie is verantwoordelijk als er iets wordt gemist?
- Moet de organisatie zelf technische scans uitvoeren?
- Hoe wordt foutpositieve detectie afgehandeld?
- Moeten gebruikers geïnformeerd worden dat hun communicatie gescand wordt?
Voor veel bedrijven zijn dit onmogelijke eisen. Ze hebben de kennis niet, de middelen niet, en ook niet altijd het besef dat ze überhaupt onder deze wet vallen.
Juridisch en privacytechnisch is het een mijnenveld
Vanuit privacywetgeving zoals de AVG wordt altijd uitgegaan van het principe van dataminimalisatie: verzamel niet méér dan nodig. Chatcontrol doet het tegenovergestelde. Elk bericht, elk bestand wordt — zonder aanleiding — onderworpen aan geautomatiseerde analyse.
Dat zorgt voor fundamentele botsingen:
- Gebruikers kunnen niet vooraf toestemming geven, want er is geen keus.
- Er is geen transparantie over hoe de data verwerkt wordt.
- De wet voorziet geen realistische bezwarenprocedure voor foutmeldingen.
- De bewaartermijn en datatoegang zijn niet goed geregeld.
Dat betekent dat organisaties en burgers geen controle meer hebben over wat er met hun data gebeurt. En dat terwijl ze wél verantwoordelijk blijven bij incidenten of fouten.
Zelfcensuur als gevolg van onzekerheid
Als mensen zich bekeken voelen, veranderen ze hun gedrag. Dat is een bekend effect uit studies naar surveillance. In het geval van chatcontrol leidt dat tot een verschuiving in hoe mensen praten, delen, en omgaan met elkaar online.
Praktische gevolgen zijn bijvoorbeeld:
- Minder openheid in gesprekken
- Vermijden van gevoelige woorden of onderwerpen
- Terughoudendheid in het delen van persoonlijke beelden of documenten
Voor de samenleving betekent dit verlies van openheid, nuance en vertrouwen. Mensen gaan zich anders gedragen, niet omdat ze iets te verbergen hebben, maar omdat ze niet weten wie meeleest — of wat daarvan de gevolgen zijn.
Specifieke risico’s voor kwetsbare groepen
Voor bepaalde groepen is de impact extra groot. Denk aan:
- Journalisten en klokkenluiders die vertrouwelijk moeten communiceren
- Artsen en zorgprofessionals die medische gegevens uitwisselen
- Leerlingen en studenten die persoonlijke vragen stellen of hulp zoeken
- Slachtoffers van misbruik die anoniem hulp zoeken
In al deze gevallen geldt: als communicatie niet meer veilig voelt, wordt hulp moeilijker, eerlijkheid zeldzamer, en contact onveiliger. Chatcontrol raakt dus niet alleen criminelen — het raakt juist ook mensen die beschermd moeten worden.

3. Waarom dit geen gewone wet is
De Europese Commissie noemt het voorstel een stap richting betere bescherming van kinderen. Maar wie de details bekijkt, ziet al snel dat het veel verder gaat dan alleen misbruikbestrijding. De manier waarop chatcontrol is opgezet, raakt aan fundamentele rechten, technische veiligheid, en de digitale weerbaarheid van landen zelf.
Dit is geen gewone wet, maar een structurele verandering van hoe communicatie op Europees niveau wordt behandeld.
Het verschil tussen vrijwillig en verplicht is flinterdun
Op papier klinkt het voorstel inmiddels milder dan de eerdere versies. Scanning van berichten zou “vrijwillig” worden, en alleen platforms die dat willen, hoeven het in te voeren.
Maar dit is een schijnvrijheid: als een platform geen toegang meer krijgt tot de appstore of aansprakelijk wordt gehouden bij gemist misbruik, dan is die “vrijwillige” keuze in de praktijk gewoon verplicht.
Bovendien bevat het voorstel een reviewclausule: binnen enkele jaren kan alsnog worden besloten om de scanning wél verplicht te stellen. Het politieke besluit van nu is dus geen eindpunt, maar een glijdende schaal.
Voor bedrijven betekent dit dat investeringen in vrijwillige scanning onvermijdelijk worden. En voor burgers: dat ze hun digitale veiligheid niet kunnen baseren op wat vandaag nog optioneel lijkt.
Technische risico’s zijn structureel
De AIVD waarschuwde eerder dat zelfs vrijwillige scanning een risico vormt voor de digitale weerbaarheid van Nederland. De reden: de infrastructuur die hiervoor nodig is, is ingrijpend, foutgevoelig en lastig te beveiligen.
Om chatcontrol te laten werken, moet elk apparaat — smartphone, tablet of laptop — voorzien zijn van software die:
- berichten scant vóór verzending;
- beelden analyseert op gevoelige inhoud;
- dit doet zonder merkbare vertraging of zichtbaarheid.
Die software wordt een toegangspoort voor hackers, malware en misbruik. Want elk apparaat met toegang tot privé-informatie én een actieve scanfunctie, is technisch kwetsbaarder dan een apparaat zonder zo’n tussenlaag.
Dit maakt de Europese samenleving op grote schaal afhankelijk van ondoorzichtige technologie die moeilijk te controleren is — precies wat cybersecurity-experts proberen te voorkomen.
Wat dit betekent voor wetgeving en toezicht
De kern van Europese privacywetgeving (zoals de AVG) is dat verwerking van persoonlijke gegevens proportioneel en noodzakelijk moet zijn.
Chatcontrol ondermijnt dat principe fundamenteel: er is geen individuele aanleiding, geen concrete verdenking, en geen waarborg dat burgers weten wat er met hun berichten gebeurt.
Daarnaast is onduidelijk:
- hoe foutpositieve meldingen worden behandeld;
- of meldingen opgeslagen blijven;
- of burgers bezwaar kunnen maken;
- wie toezicht houdt op het hele proces.
Die juridische onduidelijkheid maakt het voorstel extra problematisch. Want zelfs als de intentie goed is, verandert het niets aan het feit dat dit systeem mensenrechten op scherp zet. En dat heeft gevolgen op langere termijn.
Waarom bedrijven stil blijven
Opvallend is dat veel bedrijven die geraakt worden, nauwelijks publiekelijk reageren. Daar zijn meerdere redenen voor:
- angst voor reputatieschade als ze “tegen kindbescherming” lijken;
- onduidelijkheid over hun verplichtingen;
- hoop dat het voorstel alsnog strandt;
- of simpelweg geen capaciteit om juridische en technische gevolgen te overzien.
Toch zal vrijwel elke organisatie die digitale communicatie aanbiedt (direct of via een platform) hier iets mee moeten. Of het nu een webshop is, een zorgverlener of een sportvereniging: als berichten worden verstuurd, worden ze in principe geraakt door deze wetgeving.
Wie nu nog denkt dat dit voorstel alleen over big tech gaat, onderschat hoe breed de definitie van digitale dienst is.

4. Wat wél werkt tegen online misbruik
Het doel achter chatcontrol is legitiem: kinderen beter beschermen tegen online misbruik. Maar de methode, het vooraf scannen van álle berichten, slaat door.
Er zijn alternatieven die doeltreffend zijn, minder ingrijpend voor privacy en beter uitvoerbaar, ook voor kleinere organisaties. Alleen vragen die oplossingen een andere manier van denken over toezicht, technologie en samenwerking.
Gericht opsporen in plaats van massale scanning
In plaats van alles en iedereen standaard te scannen, kan opsporing slimmer, sneller en meer gericht. Denk aan:
- opsporen van netwerken via metadata, IP-adressen en versleutelde hints;
- samenwerking met platforms om verdachte accounts te volgen, zonder directe toegang tot privé-inhoud;
- inzetten op digital forensics na melding, in plaats van preventieve controle bij alle burgers.
Deze aanpak vereist minder technologie op de telefoon van gebruikers, voorkomt massa-verzameling van gevoelige data, en maakt het makkelijker om onderscheid te maken tussen signalen van misbruik en normale communicatie.
Versterken van meldstructuren
Veel slachtoffers en betrokkenen weten niet goed waar ze terechtkunnen bij digitaal misbruik. In plaats van gebruikers te scannen, werkt het beter om meldsystemen laagdrempeliger te maken:
- Snelle meldknoppen in apps en games;
- Menselijke opvolging door getrainde moderatoren;
- Meer voorlichting op scholen en in apps over herkenning en actie.
Dit versterkt de keten van hulpverlening en opsporing, zonder dat het de hele digitale communicatie onder toezicht stelt.
Investeren in digitale weerbaarheid
Een structurele aanpak van online misbruik vraagt om iets wat nu vaak ontbreekt: basale digitale hygiëne en weerbaarheid. Veel misbruik ontstaat door slecht beveiligde accounts, gebrekkige toegangsbescherming of een gebrek aan bewustzijn.
Wat wél helpt:
- verplichte tweefactorauthenticatie voor gevoelige apps;
- betere standaardinstellingen voor privacy in jeugdgerichte apps;
- strengere eisen aan platforms bij accountbeveiliging en leeftijdsverificatie.
Deze maatregelen verlagen de kans dat accounts misbruikt worden, zonder dat ze de inhoud van communicatie hoeven te bekijken.
Internationale samenwerking op opsporing
Chatcontrol probeert een Europees probleem op te lossen met een technologische oplossing, maar veel digitale misbruiknetwerken zijn grensoverschrijdend.
Dat betekent dat effectieve opsporing vooral ligt in samenwerking tussen landen, politie, justitie en platforms.
Wat helpt:
- gezamenlijke taskforces voor digitale misdaad;
- datadeling bij bewezen misbruik, met waarborgen;
- focus op aanbieders van materiaal, niet op alle gebruikers.
Door internationale inzet te richten op de bronnen van misbruik in plaats van op alle eindgebruikers, wordt toezicht effectiever én gerichter.
Technologie inzetten waar het zinvol is
Slimme technologie kan wél helpen, zolang het op vrijwillige basis is en gebruikers controle houden. Denk aan:
- opt-in filters voor ouders of instellingen;
- waarschuwingen bij vermoedelijk grensoverschrijdend gedrag (bijvoorbeeld bij grooming);
- ondersteuning van moderatoren in fora en gamechats met AI, zonder opslag van berichten.
Het verschil zit in de regie: technologie als hulpmiddel voor mensen, niet als verplicht toezichtssysteem dat overal tussen zit.

5. Wat we wél kunnen doen tegen online misbruik
Online misbruik aanpakken hoeft niet ten koste te gaan van fundamentele vrijheden. Er zijn genoeg manieren waarop burgers, organisaties en instellingen kunnen bijdragen aan een veiligere digitale omgeving, zónder dat iedere chat gecontroleerd hoeft te worden.
Het begint met bewustwording en eindigt met slimme samenwerking.
Voor ouders en verzorgers
Kinderen en jongeren zijn online actief op een manier die voor veel volwassenen lastig bij te houden is. Maar toezicht hoeft niet technisch te zijn — het gaat vooral om vertrouwen, uitleg en openheid.
Wat helpt:
- regelmatig in gesprek over wat kinderen online doen en meemaken;
- uitleg geven over wat veilig en onveilig gedrag is;
- apps samen bekijken en bespreken welke gegevens gedeeld worden;
- kinderen stimuleren om iets te melden als ze iets raars of vervelends meemaken.
Ouders hoeven geen tech-expert te zijn. Luisteren en open blijven is vaak effectiever dan streng filteren of controleren.
Voor jongeren
Jongeren zelf hebben vaak meer digitale vaardigheden dan volwassenen, maar dat betekent niet dat ze altijd weten wat de gevolgen zijn van hun gedrag. Groepsdruk, nieuwsgierigheid of naïviteit kunnen leiden tot situaties waarin ze zichzelf of anderen in gevaar brengen.
Wat helpt:
- weten waar je terecht kunt bij misbruik of online intimidatie;
- weten dat het oké is om fouten te maken, maar ook belangrijk om hulp te zoeken;
- begrijpen dat niet alles wat online gebeurt “gewoon” is, ook al lijkt dat zo;
- herkennen van grooming, chantage of andere vormen van online druk.
Veel jongeren voelen zich veiliger als ze weten dat ze serieus genomen worden, en dat ze niet meteen in de problemen komen als ze iets melden.
Voor scholen en zorginstellingen
Deze organisaties zijn vaak het eerste aanspreekpunt als er iets speelt, maar hebben niet altijd de kennis of middelen om snel te handelen. Toch kunnen zij een belangrijke rol spelen.
Wat helpt:
- vaste vertrouwenspersonen en meldpunten binnen de organisatie;
- korte training voor personeel over signalen van online misbruik;
- duidelijke protocollen voor wat te doen bij een melding;
- voorlichtingssessies voor leerlingen, cliënten of ouders;
- veilige apps en platformen gebruiken met duidelijke instellingen.
Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een duidelijke contactpersoon en een zichtbaar beleid maken al een groot verschil.
Voor bedrijven en dienstverleners
Ook commerciële organisaties hebben een rol, zeker als zij communicatietools, klantcontact of opslag aanbieden. Je hoeft geen techbedrijf te zijn om digitaal verantwoord te handelen.
Wat helpt:
- zorgen dat klantdata veilig opgeslagen wordt;
- duidelijke meldprocedures bij misbruik, ook voor medewerkers;
- geen onnodige tracking of opslag van privé-informatie;
- transparant zijn richting gebruikers over wat er wel en niet gebeurt met hun data.
Bedrijven hoeven geen opsporingsinstantie te worden, maar wel een betrouwbare schakel in het systeem.
Voor iedereen: melden en samenwerken
De meeste vormen van online misbruik worden pas aangepakt als iemand aan de bel trekt. Dat betekent dat iedereen, of je nu ouder, collega of buitenstaander bent, een verschil kan maken.
Wat helpt:
- signalen serieus nemen, ook als je twijfelt;
- weten waar je melding kunt doen (zoals bij Helpwanted.nl, politie of vertrouwenspersoon);
- voorkomen dat slachtoffers worden gewantrouwd of beschuldigd;
- samenwerken met andere partijen als er zorgen zijn.
Veiligheid begint bij mensen, niet bij software.

De 10 belangrijkste takeaways
Het voorstel voor chatcontrol raakt aan de basis van onze digitale vrijheid. De impact is groter dan alleen het opsporen van misbruikers.
Burgers, bedrijven en instellingen komen in een systeem terecht dat meer vragen oproept dan antwoorden biedt, terwijl er wél alternatieven zijn die beter werken en minder inbreuk maken op fundamentele rechten.
1. Chatcontrol betekent dat álle burgers gescand worden
Berichten, foto’s en mogelijk ook spraak worden automatisch geanalyseerd vóór verzending — ongeacht of er sprake is van een verdenking.
2. De technologie is foutgevoelig en moeilijk controleerbaar
Zelfs met goede bedoelingen kunnen onschuldige berichten worden gemarkeerd. Dat leidt tot meldingen, onderzoek en onnodige betrokkenheid bij opsporing.
3. Bedrijven en instellingen worden gedwongen mee te doen
Ook scholen, zorginstellingen, webshops en kleine platforms vallen onder de wet en dragen verantwoordelijkheid, vaak zonder dat ze dat beseffen.
4. Het voorstel ondermijnt fundamentele privacyrechten
De AVG gaat uit van dataminimalisatie. Chatcontrol draait dat om: iedereen wordt gecontroleerd, zonder concrete aanleiding of toestemming.
5. De scanningsoftware maakt apparaten kwetsbaarder
Doordat systemen berichten op de telefoon zelf moeten analyseren, ontstaat er een nieuwe toegangspoort voor hackers en misbruik.
6. Mensen gaan zich anders gedragen uit angst of onzekerheid
Zelfcensuur ligt op de loer. Gebruikers worden voorzichtiger, vermijden gevoelige onderwerpen en vertrouwen digitale kanalen minder.
7. Kwetsbare groepen worden het hardst geraakt
Voor slachtoffers, jongeren, artsen, klokkenluiders en journalisten betekent dit verlies van veilige communicatie — juist waar dat het hardst nodig is.
8. Er zijn wél effectieve alternatieven mogelijk
Gerichte opsporing, betere meldstructuren, veilige app-instellingen en internationale samenwerking werken wél, zonder iedereen te scannen.
9. Organisaties kunnen zelf maatregelen nemen
Zorginstellingen, scholen en bedrijven kunnen hun processen verbeteren, voorlichten en zorgen voor veilige communicatie, zonder op massasurveillance te vertrouwen.
10. Digitale weerbaarheid vraagt om vertrouwen, geen controle
Informatiebeveiliging en privacy versterken elkaar als je inzet op transparantie, bewustwording en mensgerichte aanpak. Niet met technologische dwang, maar met menselijke keuzes.









