Politieautoriteiten uit de Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben met een gecoördineerde actie de servers van de beruchte Radar-ransomwaregroep, ook bekend als Dispossessor, offline gehaald. Deze hacking-groep richtte zich voornamelijk op kleine en middelgrote bedrijven in diverse sectoren, waaronder onderwijs en gezondheidszorg.
Sinds augustus vorig jaar voerde de groep aanvallen uit waarbij ze misbruik maakten van zwakke wachtwoorden en het ontbreken van tweefactorauthenticatie. Tijdens de internationale operatie werden meerdere servers en domeinnamen in beslag genomen, wat een aanzienlijke klap betekent voor de infrastructuur van de hackers.
Deze actie onderstreept het belang van internationale samenwerking in de strijd tegen cybercriminaliteit.

Bron: © Beierse staatsrecherche
Wat is de Radar-Ransomwaregroep?
De Radar-ransomwaregroep, ook bekend onder de naam Dispossessor, is een gevaarlijke hacking-groep die sinds augustus vorig jaar actief was in het uitvoeren van cyberaanvallen. Hun voornaamste doelwit? Kleine tot middelgrote bedrijven in diverse sectoren, waaronder:
- Onderwijs
- Gezondheidszorg
- Financiële dienstverlening
- Productie
- Transport en logistiek
Werkwijze van de Radar-Ransomware
De modus operandi van de Radar-groep is kenmerkend voor veel ransomware-aanvallen:
- Exploiteren van kwetsbaarheden: De groep maakte handig gebruik van bekende beveiligingslekken in de systemen van hun slachtoffers. Vaak gaat het hierbij om software die niet up-to-date is of om configuratiefouten die gemakkelijk uitgebuit kunnen worden.
- Zwakke wachtwoorden: Een belangrijk aspect van hun strategie was het misbruiken van zwakke wachtwoorden. Bedrijven met onvoldoende sterke wachtwoordbeleid waren een eenvoudig doelwit voor de hackers.
- Ontbreken van tweefactorauthenticatie (2FA): Veel slachtoffers hadden geen 2FA ingeschakeld op hun accounts. Dit gaf de hackers vrij spel zodra ze eenmaal toegang tot een account hadden verkregen.
Na het binnenkomen in de systemen van een slachtoffer, versleutelde de Radar-ransomware alle belangrijke bedrijfsgegevens. Vervolgens eisten de hackers losgeld in ruil voor de decryptiesleutel. Betaalde het slachtoffer niet, dan dreigden de aanvallers de gestolen gegevens openbaar te maken, wat vaak resulteerde in aanzienlijke reputatieschade en financiële verliezen voor de getroffen bedrijven.
Gericht op MKB-Bedrijven
De Radar-ransomwaregroep had een sterke focus op kleine en middelgrote bedrijven. Deze bedrijven zijn vaak minder goed beveiligd en beschikken niet altijd over de middelen om geavanceerde cyberaanvallen af te weren. Hierdoor waren ze een aantrekkelijke prooi voor de hacking-groep, die met minimale inspanning maximale schade kon aanrichten.

Internationale Operatie tegen Radar-Ransomware
De operatie tegen de Radar-ransomwaregroep, ook bekend als Dispossessor, was een gecoördineerde inspanning van politiediensten uit verschillende landen. Deze internationale samenwerking tussen de Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk was cruciaal om de infrastructuur van deze hacking-groep effectief te ontmantelen.
Amerikaanse FBI, Duitse autoriteiten, en Britse politiediensten werkten nauw samen om de servers en domeinnamen van de groep te identificeren en offline te halen. Dankzij de grensoverschrijdende samenwerking konden ze de activiteiten van Radar-Ransomware aanzienlijk verstoren.
Specifieke acties tijdens de operatie:
- Servers offline halen:
- 3 servers in de Verenigde Staten
- 3 servers in het Verenigd Koninkrijk
- 18 servers in Duitsland
- Domeinnamen in beslag nemen:
- 8 domeinnamen in de Verenigde Staten
- 1 domeinnaam in Duitsland
Deze acties zorgden voor een aanzienlijke verstoring van de hacking-groep. De infrastructuur die de groep gebruikte om ransomware-aanvallen uit te voeren en losgeld te eisen, werd effectief geneutraliseerd.
De impact van deze operatie was significant. Door de servers en domeinnamen offline te halen, werd de verdere verspreiding van de ransomware gestopt, wat een grote stap betekende in het beschermen van zowel huidige als potentiële slachtoffers.
De succesvolle uitvoering van deze operatie benadrukt het belang van internationale samenwerking in de strijd tegen cybercriminaliteit. Het toont aan hoe gezamenlijke inspanningen van meerdere landen kunnen leiden tot de ontmanteling van complexe en goed georganiseerde hacking-groepen zoals Radar-Ransomware.

Gevolgen van de Aanvallen
De Radar-ransomwaregroep, ook bekend als Dispossessor, richtte zich voornamelijk op kleine en middelgrote bedrijven wereldwijd. De aanvallen begonnen in de Verenigde Staten, maar troffen uiteindelijk organisaties in verschillende landen, waaronder:
- België
- Duitsland
- Verenigd Koninkrijk
- Polen
- India
- Canada
De getroffen sectoren waren divers en omvatten onder andere:
- Onderwijs
- Gezondheidszorg
- Financiële dienstverlening
- Productie
- Transport
- Ontwikkeling
Gevolgen voor Slachtoffers
De gevolgen voor de bedrijven waren ernstig. Zodra de hackers toegang hadden verkregen tot de systemen van een organisatie, werden de gegevens van de slachtoffers eerst gestolen en vervolgens versleuteld. Dit leidde tot onmiddellijke operationele verstoringen, aangezien toegang tot cruciale data onmogelijk werd.
- Versleuteling van Gegevens: Bestanden werden ontoegankelijk gemaakt voor de bedrijven, wat hun dagelijkse operaties verstoorde en leidde tot aanzienlijke financiële verliezen.
- Dreiging van Openbaarmaking: Als bedrijven weigerden te betalen, werden ze bedreigd met het openbaar maken van hun gestolen gegevens. Dit zorgde voor extra druk om losgeld te betalen, uit angst voor reputatieschade en juridische gevolgen.
Strategieën om Betaling af te Dwingen
De hacking-groep gebruikte verschillende tactieken om hun slachtoffers te dwingen tot betaling:
- Direct Contact: Slachtoffers werden gebeld of gemaild met dreigementen en eisen voor losgeld. Dit persoonlijk contact versterkte de druk op de getroffen bedrijven.
- Video’s van Gestolen Bestanden: Aanvallers stuurden e-mails met links naar video’s waarin de gestolen bestanden te zien waren, wat de dreiging nog reëler maakte. Dit was bedoeld om slachtoffers verder te intimideren en hen te dwingen tot snelle betaling.
De strategieën van Radar waren doeltreffend, en veel bedrijven voelden zich genoodzaakt in te gaan op de eisen van de hackers om hun gegevens te redden.

Internationale Samenwerking Tegen Cybercriminaliteit
Internationale samenwerking is cruciaal in de strijd tegen cybercriminaliteit, vooral wanneer het gaat om complexe hacking-operaties die landsgrenzen overschrijden. De recente uitschakeling van de Radar-ransomwaregroep, uitgevoerd door autoriteiten uit de Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, benadrukt hoe effectief gezamenlijke inspanningen kunnen zijn. Deze samenwerking leidde tot het offline halen van de servers en domeinnamen van een groep die zich richtte op kwetsbare bedrijven wereldwijd.
Belang van Internationale Samenwerking
- Wereldwijde Aanpak: Cybercriminaliteit, zoals hacking en ransomware-aanvallen, kent geen grenzen. Criminelen kunnen hun operaties in één land uitvoeren terwijl ze slachtoffers maken in tientallen andere landen. Door internationale samenwerking kunnen politiediensten snel informatie uitwisselen, middelen bundelen en gezamenlijke acties coördineren.
- Gedeelde Inlichtingen: Een van de grootste voordelen van internationale samenwerking is de mogelijkheid om inlichtingen te delen. Dit betekent dat landen elkaar kunnen waarschuwen voor opkomende bedreigingen, technieken die door hackers worden gebruikt, en kwetsbaarheden die criminelen uitbuiten.
- Wetshandhaving: Door samen te werken, kunnen autoriteiten effectiever optreden tegen cybercriminelen. Dit omvat het coördineren van simultane invallen, het in beslag nemen van servers en andere infrastructuren, en het arresteren van sleutelfiguren in hacking-groepen.
Voorbeelden van Succesvolle Internationale Acties
- Operation Tovar (2014): Een van de meest opmerkelijke internationale samenwerkingen tegen cybercriminaliteit was Operation Tovar, gericht op het neerhalen van de GameOver Zeus-botnet. Dit botnet werd gebruikt voor financiële fraude en DDoS-aanvallen. De operatie, waaraan de FBI, Europol en verschillende andere internationale instanties deelnamen, resulteerde in het ontmantelen van het netwerk en de arrestatie van meerdere betrokkenen.
- Darknet Marketplaces: In 2017 werkten de FBI en Europol samen om AlphaBay en Hansa, twee van de grootste darknet-marktplaatsen, offline te halen. Deze marktplaatsen werden gebruikt voor de verkoop van illegale goederen, waaronder hacking-tools en gestolen gegevens. De gecoördineerde actie leidde tot de sluiting van beide platforms en het in beslag nemen van aanzienlijke hoeveelheden gegevens.
- Emotet (2021): In een gezamenlijke operatie van politiediensten uit verschillende landen, waaronder de VS, Duitsland en Nederland, werd het Emotet-botnet uitgeschakeld. Emotet stond bekend als een van de gevaarlijkste en meest wijdverspreide hacking-netwerken ter wereld. Door deze operatie werd de infrastructuur van Emotet vernietigd, waardoor het netwerk effectief werd geneutraliseerd.

Toekomstperspectieven: Lessen voor Bedrijven en Autoriteiten
- Proactieve Maatregelen: Bedrijven moeten proactief beveiligingsmaatregelen nemen, zoals het implementeren van sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie. Door dergelijke maatregelen kunnen bedrijven zichzelf beter beschermen tegen hacking-aanvallen.
- Continued Collaboration: Internationale samenwerking moet niet stoppen bij het beëindigen van een operatie. Politiediensten en cybersecurity-experts moeten blijven samenwerken om opkomende bedreigingen te identificeren en aan te pakken.
- Investeren in Technologie en Training: Overheden en bedrijven moeten investeren in de nieuwste technologieën en trainingen om zich te beschermen tegen steeds geavanceerdere vormen van hacking. Dit omvat het gebruik van AI voor bedreigingsdetectie en het trainen van personeel om phishing-aanvallen te herkennen.
De recente actie tegen de Radar-ransomwaregroep toont aan hoe effectief internationale samenwerking kan zijn in de strijd tegen hacking en cybercriminaliteit. Door te leren van deze en andere operaties, kunnen zowel autoriteiten als bedrijven zich beter voorbereiden op toekomstige bedreigingen.










